De een zijn lood is de ander zijn brood

Foto: nijkerk.nieuws.nl

Stel je eens voor: je bewoont een schitterend monumentaal pand, van ruim een eeuw oud. Het is het mooiste huis van Nijkerk, met afstand. Het onderhoud kost het nodige geld, maar jarenlang kon je op een beetje subsidie rekenen van de gemeente omdat het een gemeentelijk monument was. Kortom: tegenover de ongemakken en onkosten van zo’n oud pand stonden ook positieve aspecten waardoor je met heel veel plezier en trots in het kasteeltje kon wonen.

Subsidiekraan dicht
Maar dan gaat de subsidiekraan van de gemeente dicht, en krijg je van een ambtenaar de tip om het pand van een gemeentelijk monument om te zetten in een rijksmonument. Dit zou namelijk als voordeel hebben dat er voor het pand geen OZB-belasting betaald hoeft te worden, zo word je verteld. Je gaat daar vol vertrouwen in mee, maar wat blijkt na vijf jaar? Er staat een deurwaarder op de stoep, of ie nog even de OZB-belasting mag vangen voor de afgelopen vijf jaar… en o ja: inclusief boete natuurlijk.
Omdat je geen zin hebt in een procedure tegen de gemeente, ook al voel je je tot in je tenen belazerd, betaal je die, voor jouw gevoel onterechte, euro’s.
Je houdt immers van je huis, je geniet van de architectuur en de kunstzinnige vormen en je doet je stinkende best om het huis zo goed mogelijk in stand te houden.

Passie voor glas-in-lood
Op een gegeven moment ontdek je dat de glas-in-loodramen van je pand erg slecht zijn. Ze zijn lek en daardoor aan teveel slijtage onderhevig, wat het noodzakelijk maakt om op korte termijn actie te ondernemen.
Wat doe je dan, als je zelf in de kunstwereld bekend bent, omdat naast jouw huis de eerste Nijkerkse galerie gevestigd is? Dan ga je natuurlijk kijken of je dat niet zelf kunt leren. Met je kunstminnende hart en vaardige handen moet je dat immers zelf kunnen. Je volgt een cursus en wat blijkt? Je hebt er een enorm talent voor, dus wat is er dan mooier dan dat je zelf die schitterende ramen van je schitterende huis een tweede leven geeft?
Wie anders dan jijzelf kan immers met zo’n grote dosis liefde en gevoel voor de waarde van het huis die restauratie uitvoeren?

Je hebt een nieuwe liefde ontdekt: de techniek van het glas-in-lood maken heeft je helemaal gegrepen, en dat enthousiasme wordt opgemerkt door een journaliste. Ze schrijft er een prachtig stuk over in de plaatselijke krant en iedereen die dat leest is vol bewondering.

Regeltjes regeltjes
Of nee, toch niet iedereen… Een overijverige ambtenaar leest het stuk ook en denkt: ‘Hee, dat mag niet zonder dat je het aan mij vraagt!’ Samen met een collega eist hij nog diezelfde middag een onderhoud met de bewoner van het monumentale pand. Want voor restauratie van zo’n pand is een vergunning vereist. En die is niet aangevraagd. Kortom: het verhaal krijgt ineens een heel vervelend staartje.

Nu is er natuurlijk wat voor te zeggen dat regels gehandhaafd worden, want regels zijn er om iets te beschermen. In dit geval zijn er regels om ervoor te zorgen dat monumentale panden niet geschaad worden, omdat oude details niet mogen verdwijnen bijvoorbeeld. Heel goed dat die regels er zijn, en ook dat erop gelet wordt dat ze nageleefd worden.
Maar had de bewuste ambtenaar tussen de regels van het krantenartikel door gelezen, dan had hij geweten wie de bewoner was, dan had hij op zijn klompen aan kunnen voelen dat de restauratie hier in meer dan goede handen was en juist met oog voor detail en historische waarde uitgevoerd werd. Prima als hij dan even langs gaat om te kijken hoe het in zijn werk gaat, vanuit interesse en om een band te leggen voor de toekomst. Dat had ik allemaal prima kunnen begrijpen.
Maar waarom moet hij dan samen met een collega gaan, en waarom moeten ze meteen dreigende taal uitslaan dat er een vergunning aangevraagd had moeten worden en dat er een vervolgprocedure komt? Wat was er zo verkeerd aan die restauratie dat het gesprek op die manier ingestoken werd?
Ik krijg er op zijn minst oostblok-achtige associaties van.

Burgerparticipatie
Wat ik bovendien niet begrijp, is hoe een dergelijke actie te rijmen is met de slogans ‘Samen aan zet’ en ‘burgerparticipatie’. Zulke slogans hebben alleen inhoud als je daadwerkelijk sámen optrekt als gemeente en burgers, als je de dialoog aangaat, met respect voor goede en goedwillende initiatieven.
Zodra je als een politieagent gaat optreden, is bij voorbaat geen enkel gesprek meer gelijkwaardig.

Het is niet goed om burgers alles alleen op te laten lossen – dat heb ik in mijn laatste column ook al aangekaart – maar het is ook niet goed om alles autoritair vanuit de gemeente op te leggen. Ook dat heb ik al eerder besproken in mijn columns want dan ga je voorbij aan je achterban.
Er ís een gulden middenweg, een weg waarop burgers en gemeente elkaar kunnen vinden in een gezamenlijk belang, met een open dialoog over en weer, en met respect voor goede en welwillende initiatieven, zowel van burgers als politici. In wezen willen burgers en politici allemaal hetzelfde: beschermen en behouden wat goed is en verbeteren wat beter kan. Het is de kunst om elkaar daarin niet voorbij te gaan vanuit een overmaat aan regeltjes of hang naar macht.
Ik ben dan ook zeer benieuwd welk staartje de ‘vervolgprocedure’ in dit specifieke geval gaat krijgen…

2016-20

Over Merit Roodbeen
Merit Roodbeen is opgegroeid met en tussen de boeken. Na haar studie Nieuwgriekse Taal- en Letterkunde heeft ze jarenlang gewerkt bij boekhandel Roodbeen, waar ze ook eigenaar van is geweest. Inmiddels heeft ze de overstap gemaakt naar de uitgeverij, en heeft ze haar eigen uitgeverij Nabij Producties. Ze woont sinds 1994 in Nijkerk met haar man Robert, met wie ze drie kinderen heeft.

https://nl.linkedin.com/pub/merit-van-es-roodbeen/19/240/9b5

LAAKBAAR
Vier columnisten midden in het werkgebied van nijkerk.nieuws.nl ontmoeten Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken. Elke week een nieuwe column waarin je kunt lezen wat Nelleke den Besten, Merit Roodbeen, Monique van Rooyen – Staal en Wendy Traa bezig houdt.

Elke twee weken een nieuwe column online

Reacties