Nieuwe bloedverdunners hebben de toekomst

Foto:

“Door nieuwe middelen tegen trombose hoeven mensen niet meer hun bloedwaardes te laten controleren. Bovendien zijn deze nieuwe medicijnen, de NOAC’s, veilig.”

Dat stelt Rob Fijnheer, internist-hematoloog in Meander Medisch Centrum tijdens de informatiedag over trombose op 25 maart. Landelijk zijn er 350.000 mensen met trombose, in de regio Eemland zijn het er vijfduizend. Fijnheer verwacht dat 60 tot 70 procent van de patiënten in de regio op den duur de nieuwe middelen kan gebruiken.

Een kleine rekensom leert dat 20 op de 1000 mensen last heeft van trombose. Dit is een ziekte die de natuurlijke bloedstolling verstoort. Het bloed wordt als het ware te dik, waardoor er bloedpropjes kunnen ontstaan. Deze propjes kunnen losschieten en in het lichaam grote schade aanrichten, zoals longembolie, een beroerte of verstoppingen in de benen. Om dit te voorkomen, slikt de patiënt bloedverdunners – vaak jarenlang. Daar horen regelmatige controles bij, om te bepalen of de dosering van de medicatie nog klopt.

Sinds kort zijn er nieuwe bloedverdunners beschikbaar: NOAC’s, Nieuwe Orale Anti Coagulantia. Fijnheer ziet de voordelen ervan, maar zet er ook een kanttekening bij. “Ze zijn niet voor elke patiënt geschikt, zoals in geval van zwangerschap, leverfalen of kanker. Er kan als bijwerking misselijkheid optreden. Ook vraagt het om therapietrouw. Er zijn geen controles meer, dus de patiënt moet het helemaal zelf doen – dagelijks trouw de tabletten slikken.”

De NOAC’s zijn bewezen veilig: er komen minder vaak complicaties voor, dus minder herseninfarcten en minder hersenbloedingen. Ook is een vaste dosering mogelijk. “Dat heeft als bijkomend voordeel dat de pillen kunnen worden verstrekt in een baxterrol. Vooral voor oudere mensen is zo’n medicijnrol heel prettig, ze hoeven dan niet meer bang te zijn hun pillen te vergeten.”

Rob Fijnheer is tevens medisch leider van de trombosedienst van Meander Medisch Centrum. Deze organiseert op 25 maart een informatiedag voor mensen met trombose en voor belangstellenden. De dag kent een ochtend- en een middagsessie en beide sessies zitten helemaal vol. “Er is veel behoefte aan informatie over de nieuwe ontwikkelingen in de trombosezorg. Daar spelen wij graag op in”, aldus coördinator Jeanette Unk. “We besteden onder meer aandacht aan het zelfmeten. Dat houdt in dat de patiënt thuis met een handzaam apparaatje zelf z’n bloedwaardes meet. Via een website kunnen deze worden doorgegeven aan de trombosedienst. Ook bestaat de mogelijkheid om inzage te hebben in het trombosedossier, het zogenaamde digitale logboek. Op korte termijn komt er ook een app beschikbaar, waardoor mensen nog flexibeler zijn in het doorgeven van de bloedwaardes.”

Rob Fijnheer verwacht dat op termijn 60 tot 70 procent van de patiënten in de regio de nieuwe tabletten kan gebruiken. “Nieuwe patiënten schrijven we vaak NOAC’s voor. Om optimale zorg aan mensen met trombose te geven, werken we in deze regio intensief samen: internist, neuroloog, cardioloog, huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, apotheek en tandarts. Daardoor kunnen we de komst van de NOAC’s goed opvangen.”

Reacties