Tijdens een studiemiddag van de LEA (Lokale Educatieve Agenda) bleek maar weer eens, dat doorlopende leerlijnen buitengewoon belangrijk zijn. Kans voor kinderen worden daar vergroot.
Onlangs organiseerde de werkgroep Doorgaande Leerlijnen, een van de werkgroepen binnen het Lokale Educatieve Agenda (LEA) een belangrijke studiemiddag. Ivo Mijland gaf een lezing.
Namens de werkgroep opende een lid van de werkgroep de bijeenkomst en benadrukte het belang van de ontmoeting tussen professionals uit het Primair Onderwijs met de professionals uit het Voortgezet Onderwijs. Voor de ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat er zoveel als maar mogelijk doorgaande leerlijnen van de ene school naar de andere school zijn. Ontwikkeling van kinderen gaat immers ook in een doorgaande lijn. Maar ook het doorgeven en doorspreken van gegevens die betrekking hebben op het leerproces zijn van belang om kinderen optimale kansen tot ontwikkeling te geven.
Ivo Mijland inspireerde de aanwezigen vanuit zijn eigen boek met de bijzondere titel “Ik ben toch té gek”. Mijland benadrukte dat de neiging die we met elkaar hebben om etiketten op leerlingen te plakken voorkomt uit de drang om alles te willen verklaren. Maar onbedoeld vergroten wij met die stigma’s de problematiek in het onderwijs. Passend Onderwijs moet zich richten op wat kinderen kunnen en ze niet gaan begeleiden in hun afwijkingen. Want pas als wij geloven in het kind, gaat hij of zij ook in zichzelf geloven.
De aanwezigen kregen allen het boek van Mijland mee. Met de bijeenkomst geeft de werkgroep Doorgaande Leerlijnen aan, dat samenwerking op lokaal niveau onmisbaar is om kansen voor jongeren te geven. Binnen de Lokale Educatieve Agenda van de gemeente Nijkerk werken Overheid, Onderwijs en Voorschoolse Instellingen samen aan verschillende kerntaken waarvan het gezamenlijk voorkomen van uitval van jongeren de basis is. Analoog aan Mijland geldt ook voor Nijkerk: “Als wij in Nijkerk geloven in een kind, gaat het kind vanzelf in zichzelf geloven.”
bijdrage van Jan Hofman