Storm in mijn hoofd

Foto: nijkerk.nieuws.nl

Afgelopen week had ik voor het eerst het gevoel dat de herfst daadwerkelijk zijn intrede had gedaan. Na die nazomer waar geen eind aan leek te komen stak de wind op en vielen de blaadjes als sneeuw van de bomen.

Tranen in de ogen

Die stormachtige wind waaide ook in mijn hoofd. Ik was druk met werk, maar ook druk met de grotere vraagstukken van het leven. De week begon met een afschuwelijk ongeluk, waarbij een 12-jarige jongen om het leven kwam. Ik kende hem niet, zijn ouders evenmin, maar ik heb wel een zoon in dezelfde leeftijd die ook net begonnen is op de middelbare school. Ook mijn zoon zwaai ik elke ochtend uit met een ‘Veel plezier!’ en ‘Tot vanmiddag!’, maar het afgrijselijke idee dat je kind die middag misschien niet thuis komt van school, kwam ineens toch wel erg dichtbij. Het liet me niet los.

Ook op de scholen waar onze andere twee kinderen hun basisonderwijs volgen, was het het gesprek van de dag. Niet zelden waren dat gesprekken met tranen in de ogen, want oh wat een angst voel je als je je indenkt dat jij die ouder bent bij wie de politie aan de deur komt… Ik voel dan ook, net als zoveel andere ouders, vanuit mijn tenen mee met het verdriet van de ouders en andere nabestaanden van deze jongen.
Hoe moet je verder als zoiets je is overkomen? Hoe kun je het leven nog omarmen als je zo’n leegte in je leven hebt? Het is eigenlijk niet te doen.

Dichtbij en veraf

Dit leed kwam blijkbaar heel erg dichtbij, het kwam snoeihard binnen bij heel veel mensen.

Maar nadenkend over de grotere gehelen waarin wij leven, is het ook wonderlijk dat mensen in zijn algemeenheid heel makkelijk over groot, zelfs nog veel groter leed heen stappen, zoals een oorlog die ergens ver weg woedt, en brute woorden in de mond nemen als het gaat over vluchtelingen. Je hoeft de social media er maar op na te pluizen en je leest de meest schokkende reacties. Terwijl al die vluchtelingen verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, en vaak juist uit liefde voor hun kinderen proberen weg te komen uit de horror van die oorlog. Waarom kunnen wij mensen ons op een of andere manier niet verplaatsen in hen? Omdat ze van zoveel verder weg komen? Reikt naastenliefde niet verder dan de grenzen van je woonplaats, is dat het?

In menselijkheid blijven geloven

Ik betrap mezelf er ook op, dat ik het grote leed van de wereld veel makkelijker van me af schuif dan heel persoonlijk leed dat dichtbij plaats vindt. Dat heeft ook te maken met het gevoel dat ik het leed van de wereld niet kan dragen. Dat is te groot, dat is te zwaar en wat kan ik er als klein persoontje aan doen?

Maar laten we alsjeblieft wel blijven geloven in de menselijkheid, in het medeleven met mensen die afschuwelijk leed is overkomen. Of dat nu een gezin is uit je eigen woonplaats, of een gezin dat uit Syrië is gevlucht en dat alles is kwijtgeraakt. Laten we elkaar blijven omarmen, en de medemens in elkaar blijven zien. Alleen dan kunnen we de stormen doorstaan die ons nog wachten.

Over Merit Roodbeen

Merit Roodbeen is opgegroeid met en tussen de boeken. Na haar studie Nieuwgriekse Taal- en Letterkunde heeft ze jarenlang gewerkt bij boekhandel Roodbeen, waar ze ook eigenaar van is geweest. Inmiddels heeft ze de overstap gemaakt naar de uitgeverij, en heeft ze haar eigen uitgeverij Nabij Producties. Ze woont sinds 1994 in Nijkerk met haar man Robert, met wie ze drie kinderen heeft.

LAAKBAAR

Twee columnisten midden in het werkgebied van nijkerk.nieuws.nl ontmoeten Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken. Elke twee weken een nieuwe column waarin je kunt lezen wat Nelleke den Besten en Merit Roodbeen, bezig houdt.

Elke twee weken een nieuwe column online

Reacties