Ben blogt over tunneldenken

Foto:

Hoe één simpele vraag je uit je tunneldenken kan trekken.

foto: Scott Eckersley

Soms kan één goedgekozen vraag je subiet uit je tunneldenken trekken. Dat je bijna beschaamd denkt: dat ik dáár niet eerder aan gedacht heb.

Ik doe de veiligheidsgordel van mijn auto vast. Ik ben de eerste bocht nog niet om of het waarschuwingssignaal knippert, het alarm piept. Ik steek de gordel opnieuw in de sluiting. Het gepiep blijft.

In mijn cd-speler zit het album Fever van TaxiWars. Een verjaardagscadeautje. Ik ga hem voor het eerst beluisteren, altijd een lekker moment. Maar de rauwe zang van Tom Barman en opzwepende sax van Robin Verheyen hebben concurrentie van nerveus gepiep uit mijn dashboard. Gordel erin, gordel eruit, het helpt niet, het irriterende geluid blijft. Mijn temperatuur loopt op. Feverrr, schreeuwt Barman, piep waarschuwt mijn dashboard…
Ik geef een ruk aan de gordel, mijn werktas naast me schuift van schrik bijna van de zitting, een mandarijn stuitert uit de tas.

Aha, het piepen houdt op. Eindelijk kan ik me concentreren op TaxiWars, op de pompende ostinato’s van de ritmesectie, de sax die eroverheen scheurt, de stem die er doorheen dendert. Ik zet mijn auto op cruise control, mijn vrije rechtervoet tikt mee op het dwingende ritme.

Toch maar de garage gebeld. ‘Misschien een stekkertje instabiel,’ zegt de man aan de telefoon. ‘Kom morgen maar even langs.’
Ik rij de volgende dag naar de garage. Het euvel doet zich niet meer voor. Zul je net zien, ga je naar de tandarts, is de kiespijn weg. Ik geef de sleutel aan de monteur en vertel mijn verhaal.
‘Stond er geen tas op je passagiersstoel?’, vraagt de monteur. ‘Als de tas te zwaar is, denkt de auto dat er iemand zit.’

Ik weet al hoe laat het is.

Ik denk aan mijn zoon Guido, zeven maanden oud. Tegen middernacht klinkt klagelijk gehuil uit zijn kamertje. Honger, dorst, een natte luier, buikkrampjes? We proberen een slokje Roosvicee.
Dat helpt. Guido sluit de oogjes en slaapt vredig in. De volgende dag rond middernacht begint meneer weer te schreeuwen. Na een paar slokjes Roosvicee is hij meteen weer vertrokken. Een dag later klinkt niet alleen rond middernacht gekrijs, ook bij het krieken van de dag worden we wakker van aanhoudend gehuil. Na enkele doorwaakte nachten slaat de twijfel toe. Waarom heeft onze zoon zo buitensporig veel dorst? Hij zal toch geen suikerziekte hebben?

Na meer dan een week nachtelijk gehuil bezoeken we vertwijfeld de huisarts en vertellen ons verhaal. ‘Wat geven jullie hem?, vraagt de huisarts.

Na meer dan een week bezoeken we vertwijfeld de huisarts en vertellen ons verhaal.
‘Wat geven jullie hem?, vraagt de huisarts.
‘Roosvicee’, antwoorden we.
‘O, zegt de huisarts, ‘dat vindt hij wel lekker ja…’
We weten meteen waar de schoen wringt. Advies van de huisarts: geen roosvicee meer, eventueel water om af te bouwen, maar beter nog: gewoon een nachtje laten schreeuwen. Binnen een paar dagen slapen we allemaal de hele nacht weer als een roos (zonder vicee).

Voor de zekerheid checkt de monteur de stekkertjes van de gordel. Niks aan de hand. De oorzaak van het probleem is duidelijk. Gewoontegetrouw zet ik mijn werktas altijd op de passagiersstoel. Meestal gaat dat goed. Dit keer zat er een mandarijn te veel in.

Tekst nodig? Laat woorden werken. Ben Tekstschrijver uit Hoevelaken schrijft voor alle sectoren, zorg en welzijn is zijn specialiteit.
Meer informatie? Meer blogs lezen? Kijk op mijn site. Nooit meer een blog missen? Word vaste lezer. Meld u aan via de website.

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden