Twee kroonjaren: Marrie de Graaf-Roozenboom 90 jaar (2 oktober), A.L. Snijders 80 jaar (24 september).
Door mijn moeder leef ik zoals ik leef, door Snijders schrijf ik zoals ik schrijf. Alle reden voor een bescheiden eerbetoon aan beiden. Daarom in navolging van Snijders –
uitvinder van het zeer korte verhaal (zkv) – twee zkv’s over mijn moeder.
Geld voor de trein
Zondagmorgen. Mijn moeder woont nog in Hoevelaken op de boerderij, haar zus is op bezoek. Twee mannen met Balkan-snorren bellen aan, ze willen een ladder lenen, om ‘vogeltjes te kijken’. Hoewel mijn moeder het vreemd vindt dat zoiets op de dag des Heeren moet gebeuren, stemt ze in. Maar ze lusten toch eerst wel een kopje koffie? Even later zitten de twee mannen in de voorkamer. Haar zus vertrouwt het niet, denkt aan zigeuners, hoopt vurig dat ze snel opkrassen. Ze snapt er geen snars van dat mijn moeder hen daarna een tweede kopje koffie aanbiedt.
De reden van het bezoek is nog altijd in nevelen gehuld. Ik denk weleens dat mijn moeder de mannen ‘ontwapende’ door haar ontvangst, dat bij hen een moreel besef groeide dat ze deze hartelijke vrouw onmogelijk konden bestelen. Mijn moeder trekt geen scheidslijn tussen gewenst en ongewenst bezoek. Ongewenst bestaat niet.
Mijn moeder woont na een periode dagbehandeling op de Keienweg in Nijkerk nu op een zorgerf in Putten. Ook daar is die scheidslijn niet altijd duidelijk. Er kan zomaar een verwarde medebewoner op haar bed liggen. Ze zal dan zeggen: ‘Blijf maar lekker liggen hoor, je zult wel moe zijn.’
Een buurvrouw van mijn moeder vertelt dat een medebewoner bij haar binnenliep en ‘geld wilde voor de trein’.
‘Is ze bij jou ook al op de kamer geweest Marrie’, vraagt de buurvrouw.
Mijn moeder schudt het hoofd, weet het niet meer.
‘Zielig hoor, als je zomaar bij iedereen binnenloopt en vraagt om geld voor de trein’, concludeert de buurvrouw, die nog redelijk scherp is in het hoofd.
Het woord ‘zielig’ blijft haken. Mijn moeder buigt zich vertrouwelijk naar mij toe, legt haar hand op mijn onderarm en zegt: ‘Dat minsje wil graag geld voor de trein, wil je haar wat geld uit mijn portemonnee geven, dat stakkerdje…’
Onderhandelen
Als David Bowie in de clip ‘Day in, Day out’ ineens een stoer leren jack draagt, reis ik de volgende dag in de stromende regen naar het Waterlooplein. Ik wil ook zo’n jack. Mijn droomjack hangt in een van de kramen. Ik pas, geil, glunder, en vraag bij de kassa of er nog een korting in zit. De man lacht, nee dat gaat niet lukken. Na het afrekenen zegt hij: ‘Ik zag vanaf de eerste seconde dat je dat jack zou kopen. Weet je wat, hier heb je een pot leervet gratis.’
Toen ik als zzp’er startte, twijfelde ik ernstig of mijn gebrekkige onderhandelingstechniek mij niet de das om zou doen. Dat opdrachtgevers bij het horen van mijn uurtarief net zo minzaam zouden lachen als de verkoper op het Waterlooplein.
Onderhandelen zit niet in de familiegenen, we missen de broodnodige bluf. Mijn moeder bezocht tijdens de Spakenburgse dagen altijd een favoriet antiekzaakje. Ook deze keer. Ze bekijkt een aantal dure vaasjes, stoot dan één van de pronkstukken van het schap. De antieke vaas klettert in scherven op de grond. De winkelmedewerker ziet het verschrikte gezicht van mijn moeder en blijft vriendelijk. ‘Geeft niet hoor, ik ruim het op, geen probleem’, zegt ze.
Mijn moeder vindt even later een mooi vaasje en zet deze bij de kassa neer, voor dezelfde vrouw die daarnet zo vriendelijk bleef. Overtuigend klinkt het niet als ze vraagt: ‘Kan er misschien nog wat af van de prijs?’
Ben Tekstschrijver
Tekst nodig? Laat woorden werken. Ben Tekstschrijver uit Hoevelaken schrijft voor alle sectoren, zorg en welzijn is zijn specialiteit.
Meer informatie? Meer blogs lezen?
Kijk op mijn site . Nooit meer een blog missen? Word vaste lezer. Meld u aan via de website.