
Gemeenten worstelen om het personeelsbestand op peil te houden.
Het tekort aan ambtenaren wordt nijpender en is geen tijdelijk probleem meer. Naar verwachting stroomt binnen tien jaar ongeveer een derde van het huidige gemeentelijk personeel uit vanwege pensioen, terwijl het moeizaam blijft om die vacatures op te vullen.
Zo bleek uit een bericht van de NOS. Wij vroegen ons af, of dit probleem ook in onze gemeente speelt en hoe men ermee omgaat. Dit is het antwoord
De gemeente merkt dat het lastiger is om nieuw personeel te vinden. De krapte op de arbeidsmarkt is voelbaar, maar de dienstverlening aan inwoners loopt hierdoor nog geen gevaar. Om vacatures te vervullen, kijkt de organisatie vooral naar de persoon zelf. Kwaliteiten en talenten staan voorop. Voor veel banen is specifieke kennis van de gemeente niet direct nodig. Ook helpt de centrale ligging van de gemeente mee. Hierdoor kunnen mensen uit verschillende regio’s makkelijk naar hun werk reizen.
Voor sommige functies is wel specialistische kennis nodig. Dan vist de gemeente in dezelfde vijver als andere gemeenten. Dit maakt het vinden van de juiste mensen moeilijker. De gemeente lost dit op verschillende manieren op. Zo is er ruimte voor trainees, bijvoorbeeld op de afdeling ruimtelijke ordening. Ook wordt er soms tijdelijk personeel ingehuurd met het idee om hen later een vast contract te geven.
Als een belangrijke vacature lang openstaat, schakelt de gemeente een wervingsbureau in. Daarnaast zoekt de organisatie samenwerking met omliggende gemeenten. Het doel is om elkaar te helpen in plaats van met elkaar te concurreren om hetzelfde personeel. De gemeente blijft de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt intensief volgen.