Hans den Haan over "Het onbewuste"

27 mei 2023, 16:04 Nieuws
2022 01 07 hans den haan 1 1 1 1 1 1 1

We zijn ons van veel dingen bewust. Maar we hebben ook een onbewuste.

Dat zijn de zaken die we niet direct ervaren, maar die wel in ons zitten. En die veel invloed hebben op ons gedrag. Zeker als het om angsten en trauma’s gaat.

We worden meer door het onbewuste geleid dan we vermoeden. Zoals door middel van bepaalde gevoelens. En ook angsten.

Een vriend van mij werd eens in een openbaar toilet, terwijl hij zijn plasje deed, brutaal benaderd door een man die vreemde bedoelingen had. En die pal naast hem ging staan om eens uitgebreid te bekijken wat hij deed. Voor mijn vriend betekende dat: zo snel mogelijk inpakken en wegwezen.

Maar sindsdien lukte het hem niet meer in een openbare gelegenheid bij de urinoirs een plas te doen als er een ander in de buurt was. Hoezeer hij het ook probeerde, het kwam er niet uit. Maar inmiddels is het een stuk beter. Hij is er alweer grotendeels overheen gegroeid.

Het is een soort beschermingsmechanisme van het onbewuste. Alleen je kunt tegen het onbewuste praten als Brugman. “Het kan geen kwaad. Die andere man is oké.” Het helpt niets. Want het onbewuste is niet vatbaar voor rede. Het doet z’n eigen zin.

Mijn moeder was als de dood voor spinnen. Zelfs een kruisspin was haar te veel. We noemen het een fobie. Al dergelijke angsten zijn een soort beschermingsmechanisme van het onbewuste. Het denkt: spinnen zijn gevaarlijk en ik moet je beschermen. Meestal zijn ze dat niet, die spinnen. Maar het onbewuste kan niet nuanceren. Alle spinnen zijn gevaarlijk. Dat is de stelling van het onbewuste.

In 2015 werd ooit een giftige spin door medewerkers van een bloemengroothandel in Rijswijk aangetroffen tussen een partij bloemen en daarna nietsvermoedend vrijgelaten in een bosje. Dat was me wat.

Die spin was wel levensgevaarlijk. Ik vraag me af hoe ze dat achteraf hebben kunnen vaststellen als hij al was vrijgelaten. De persoon die hem vond zal geen kenner zijn geweest. Maar goed. Het ging om een tien centimeter grote kamspin. Die is agressief en heel giftig. Zes uur na de beet ben je dood. Dat klinkt niet echt lekker. Sommige mensen in de buurt van het bloemenbedrijf deden geen oog meer dicht. Of gingen tijdelijk ergens anders wonen.

Wij gingen daar een nachtje in een hotel slapen en tot mijn stomme verbazing bleek dit hotel achter de bloemengroothandel te liggen. Dat was schrikken. Ik dacht dat het een ver-van-mijn-bed-show was. Maar ondanks al deze avontuurlijke gevaren heb ik daar goed geslapen. De kans dat die spin nou net in jouw hotelkamer opduikt is nihil. Het onbewuste kreeg even bij mij geen kans.

Nou is het wel goed dat het onbewuste brein zich niet snel van de wijs laat brengen. Want anders zouden we alles zelf in ons lichaam moeten regelen. Zoals het kloppen van het hart. Sommige yogi’s kunnen hun hartenklop zelf sturen en het zodanig vertragen dat het hele lichaamsmetabolisme verlangzaamt. Je moet er maar zin in hebben. Ze kunnen dan langer in een kist onder de grond verblijven. En daarna zogezegd weer opstaan uit de schijndood. Wat ook vleermuizen in de winter doen. Hun lichaamsprocessen vertragen. Van mij hoeft het niet. Ik hoef niet te overwinteren.

Een andere zaak waarbij het onbewuste een rol speelt is inspiratie. Zeker als je een stukje wilt schrijven. Of een romannetje. Als het lekker gaat, dat schrijven, lijkt het wel of je het niet allemaal zelf bedenkt.

Ideetjes komen vaak boven drijven als je helemaal niet met het schrijven bezig bent. Als je bewuste geest wat dit betreft even z’n mond houdt. Cees Buddingh schreef ooit: de beste gedichten schrijft men al aardappels schillend. Maar je mag ook boontjes doppen.

Het is zaak een opborrelend ideetje voor een stukje meteen te noteren. Ook als je met honderdtwintig over de snelweg rijdt. Want eenmaal thuis gekomen ben je het weer helemaal vergeten. Wat was het okeweer? Ik gebruik daartoe Facebook. Een berichtje enkel voor mezelf. Dat is tegenwoordig mijn notitieblok. Het is bekend dat Peter Pannekoek altijd een echt notieblokje in z’n zak heeft. Om plotselinge ideeën niet verloren te laten gaan.

Johan Derksen vertelde ooit waarom hij sigaren was gaan roken. Een stukje schrijven gaat beter met een sigaar in je mond. Dan komt de inspiratie. Zonder rokertje voel je je een sukkel achter de computer. Een die niets kan bedenken. Maar eenmaal een sigaar opgestoken, voel je je meteen de grote schrijver. Vandaar misschien dat veel bekende schrijvers ook stevige rokers waren. De roman “Nooit meer slapen” heeft Willen Frederik Hermans minstens tweehonderd pakjes sigaretten gekost. Maar tegenwoordig zullen minder schrijvers roken. De tijden zijn veranderd.

Maar deze blog is zonder sigaar tot stand gekomen. Ik zou wel willen. Maar ja, het is niet gezond.

Ik dacht ooit dat Simon Vestdijk de niet-roken-wedstrijd had gewonnen. Maar het bleek klas 1 en 2 van de regionale scholengemeenschap “Simon Vestdijk” te Harlingen te zijn. Ook Vestdijk was een sigarenroker.

Zeker iemand die wat ouder is weet dat je soms niet op de naam van een popgroep kunt komen, als je erover nadenkt. Of het merk van je favoriete sokken. Denken helpt niet. Je moet aardappels gaan schillen. Dan komt het opeens weer bovendrijven. De beste dingen ontstaan als je er niet echt mee bezig bent. Zo werkt de menselijke geest. En dat noemt men creativiteit.

Ooit waren wij in de trein op weg naar Zuid-Limburg voor een vakantie in Schin op Geul. Halverwege de tocht ontdekte ik opeens dat ik m’n pincode niet meer wist. Ik kon er niet meer op komen. Dat was een behoorlijke paniek. Had ik die nou maar in spiegelschrift op m’n bil laten tatoeëren. Zodat ik het met een scheerspiegel kon lezen.

Maar ik besloot het los te laten. En een half uurtje later wist ik het opeens weer. Niet bewust aan denken. Maar het onbewuste zijn werk laten doen. Dan komt het wel weer tevoorschijn.

Bekend is ook de zogeheten black-out. Dan wordt eerst het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd, en start de aanmaak van adrenaline. Vervolgens komt de productie van het stresshormoon cortisol op gang. Je wordt dan erg alert op wat er om je heen gebeurt, maar kunt minder goed bij je geheugeninhoud.

Je moet, als je in een gezelschap verkeert, ook niet gaan nadenken over je functioneren in de groep. Of je er wel echt bij hoort. Want dan ben je zo druk bezig met jezelf, dat je je slecht kunt richten op het gesprek. Je doet dan twee dingen tegelijk. En dan lijkt het inderdaad of je er niet bij hoort. Of iedereen leuk is behalve jij. Het kan met name voor tieners een probleem zijn. Bij het ouder worden maak je je er minder druk om. Dan weet je sowieso dat je niet leuk bent.

Maar het onbewuste laat zich niet bewust beïnvloeden. Behalve misschien met de zogeheten zelfhypnose. Je doet dan bij jezelf wat anders een hypnotiseur doet. Eenmaal in trance kun je je onbewuste suggesties aan de hand doen. En hem een beetje opvoeden. Het schijnt te werken.

bijdrage van Hans den Haan