Op zondag 25 oktober zendt NPO 2 de documentaire ‘De stem van de burger’ uit. Documentairemaker Alexander Oey volgt daarin deelnemers aan het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Een van hen is Rick uit Nijkerk.
In het Nationaal Burgerberaad Klimaat werkten 175 gelote Nederlanders samen. Zij hadden verschillende leeftijden, achtergronden en meningen over klimaatbeleid. In zeven weekenden schreven zij een advies. Het gaat over eten, spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat. Het kabinet heeft onlangs op dit advies gereageerd.
In de documentaire volgt Alexander Oey zes deelnemers uit verschillende delen van Nederland. Dat zijn Francine (gepensioneerd docent Nederlands), Teuntje (mbo-student en horecamedewerker), Sjoerd (advocaat en hoogleraar), Netty (interieurverzorgster), Francis (reachtruckchauffeur) en Rick (servicemonteur toegangstechniek).
Rick uit Nijkerk
Rick is opgeleid als ontwerpend meubelmaker. Hij werkt nu als servicemonteur in de toegangstechniek. Hij meldde zich aan, omdat hij vond dat er ook een tegengeluid nodig was. “Anders heb je geen recht van zeiken,” zegt hij. Volgens Rick waren er meer verschillende stemmen nodig in het beraad. Zijn vooroordelen over de andere kant bleken achteraf niet te kloppen.
Wat hij leerde
Rick leerde vooral dat 175 mensen samen tot één resultaat kunnen komen. Ook leerde hij van experts veel nieuws over het klimaat. Hij noemt het “een gave ervaring”. Een favoriet moment heeft hij niet. Hij vond het hele beraad de moeite waard. Hij werkte graag samen met mensen met andere achtergronden. Rick heeft geleerd anders te communiceren. “Met respect voor elkaars verhaal, ook al ben je het er niet mee eens.”
Het instrument moet slagen
Voor Rick is het burgerberaad niet alleen geslaagd als alle adviezen worden overgenomen. Dat is wel het doel. Belangrijker vindt hij dat de overheid doorgaat met burgerberaden. Zo luistert de overheid meer naar burgers. “Het instrument moet slagen,” zegt hij. Zijn boodschap aan de politiek: “Zet dit door. Luister naar burgers, maar vooral ook naar elkaar.”