
NIJKERK – In het kader van Nijkerk 600 hebben de stichting Nijkerk 600, Boekhandel Roodbeen en de bibliotheek een wedstrijd uit geschreven om een Nijkerkse stadsdichter te vinden. In januari wordt bekend wie dat is. Nijkerk.nieuws.nl dook in de archieven en kwam een Nijkerks volkslied tegen op de site van Boerenmaandag.
NIJKERK – In het kader van Nijkerk 600 hebben de stichting Nijkerk 600, Boekhandel Roodbeen en de bibliotheek een wedstrijd uit geschreven om een Nijkerkse stadsdichter te vinden. In januari wordt bekend wie dat is. Nijkerk.nieuws.nl dook in de archieven en kwam een Nijkerks volkslied tegen op de site van Boerenmaandag.
Maar er is meer. In een televisie-uitzending van Nfm in maart 2006 was een stadslied te horen. Dat lied werd ten gehore gebracht in het live debat voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. Kijk en luister naar onder andere Freek Bakker, Aristakes, Theo Manten en Hugo Doornhof.
Het volkslied, waar Freek Bakker aan refereert is terug te vinden op de site van Boerenmaandag .
De tekst van het stadslied
Wie Nijkerk ziet, begint vanzelf te zingen
Met zoveel schoonheid vraag je om een lied.
Van mensen in de straat een daagse dingen
en dorpen in het rond, wie wil dat niet?
Mijn stad is oud, geboren aan het water.
Ze lèèft van water, polders achter dijk.
Met ruimte, lucht en licht voor nu en later
en winden mee, ach mens, dan ben je rijk!
Ze weet zich vrij en weigert zich te binden
Wel zeer bevriend met Veluw’en Vallei.
Toch kan ze zich in geen van beiden vinden
maar mooi, zo mooi! Ze heeft van allebei.
Refrein:
Van alle steden die ik ken is één de ware.
Ik zing van Nijkerk, prachtig stadje bij de sluis.
De klank van klokken op het plein en veel fanfare.
Zie ik mijn “mooie Witte” staan, dan ben ik thuis!
Vertellen kan ze goed van volk en helden.
Van Slichtenhorst en Renselaer, dàt volk!
Van branden, oorlog, water en vergelden.
Ach lees maar na, ’t archief ligt bij de Kolk.
Wat boerig was ze wel, een stad op klompen.
en ’s maandags carillon en handjeklap.
Tabak en ei om welvaart op te pompen
Zo werd ze ‘stinkend’rijk, zat zelden krap.
Eèn dag per week met eelt op harde banken
Met lange preken smeed je goed gedrag.
Van wat je krijgt, daar hoor je voor te danken
En zondag is nog steeds een stille dag.
Refrein
Wat hoor ik mensen toch hartgrondig zwijgen
Gedachten dicht, gordijnen op een kier.
Bij stemming kan de raad haar stemmen krijgen,
maar verder mondje dicht. Op die manier!
Ik zie de huizen prachtig ingetekend.
Zes eeuwen steen op steen, gevoel van maat.
Een stoere stad!, maar gèld dat breekt en rekent,
dat sloopt en slaat mijn mooie stad en straat.
Mijn stad met Venen, Horst en Hoevelaken,
Van Laak tot Nuldernauw en Brede Beek.
Voorlopig blijf ik mooie liedjes maken.
Ik vind je echt de knapste van de streek.