
NIJKERK - Bij Sparta Nijkerk liggen mineur en blijdschap dit seizoen wel heel erg dicht bij elkaar. Nog maar 3 weken geleden maakte de club serieus aanspraak op de titel, 3 wedstrijden (en 3 nederlagen!) verder moest afgelopen zaterdag zelfs het degradatiespook van het korfbalcomplex worden gejaagd.
NIJKERK - Bij Sparta Nijkerk liggen mineur en blijdschap dit seizoen wel heel erg dicht bij elkaar. Nog maar 3 weken geleden maakte de club serieus aanspraak op de titel, 3 wedstrijden (en 3 nederlagen!) verder moest afgelopen zaterdag zelfs het degradatiespook van het korfbalcomplex worden gejaagd.
Het zegt in eerste instantie veel over de onderlinge krachtsverhoudingen in de 2e klasse maar het zegt ook genoeg over de Nijkerkse club. Het kampioenschap was dit jaar geen doel op zich maar “de schaal” had, zowel na de zaal- als na de veldcompetitie, zomaar in Nijkerk terecht kunnen komen. Juist op de momenten dat het moest gebeuren stond het team er echter niet en moest de eer aan een ander worden gegund.
Daniël de Bruijne, sinds dit seizoen oefenmeester in Nijkerkse dienst:”Ik kan daar heel duidelijk in zijn. Het ontbreekt dit team zeker niet aan inzet en enthousiasme maar ik mis het ware korfbalintellect soms een beetje. Dat is geen vervelend verwijt, misschien ben ik juist wel degene die ze dat bij moet brengen. Dat vraagt natuurlijk ook tijd, hé! In de wedstrijd van afgelopen zaterdag kon je al zien dat wij, na de vervelende ruststand van 6-8, het duel door een gewijzigde tactiek naar onze hand zetten. We gingen slimmer spelen, dachten beter na bij wat we deden en dat was eerder dit seizoen wel anders. Dan raakten we, soms zelfs ten onrechte, in paniek en vergaten we ons eigen spel te spelen. Een ploeg als FIKS, in mijn ogen de terechte kampioen, beheerst dat bijvoorbeeld beter. Daar hebben wij het dit jaar nog bij afgelegd maar met deze groep heb ik volgend jaar maar één doel: kampioen worden, alles minder dan dat is onacceptabel”.
Rake woorden van een trainer die zijn team dit seizoen al veel leerde, twee keer de teleurstelling van een verspeeld kampioenschap moest verwerken maar durft de ambitie voor de volgende jaargang uit te spreken.
Zoals gezegd moesten de Nijkerkers afgelopen weekend, door een slechte serie wedstrijden, ineens vrezen voor degradatie. Zover liet men het echter niet komen met als resultaat dat Sparta, na een 15-11 overwinning op Luno zichzelf ineens weer terug vond op…..de tweede plaats!
De meest prettige constatering van de wedstrijd tegen was dat de jeugdige Nils Plantinga zijn invalbeurt niet ongemerkt voorbij liet gaan. Met maar liefst 4 treffers werd hij de Man-Of-The-Match, de Bruijne gunde hem uiteindelijk zelfs een publiekswissel. Het moet de oefenmeester tevreden stemmen dat de sterke ontwikkeling van een jongen als Plantinga hem wat meer keuze biedt:”Gedurende het hele seizoen is meer dan eens duidelijk geworden dat de groep in principe te smal is. Niet alleen om te promoveren maar vooral ook om straks op een hoger niveau te blijven heb ik eigenlijk 6,7 gelijkwaardige heren en dames nodig. Dat is nog niet het geval. Nu moeten we bij blessures en schorsingen vaak te veel experimenteren. We houden dus ook goed in de gaten of er wellicht korfballers rondlopen die graag bij ons aan de slag gaan. In dat licht ben ik dus ook blij dat ik mee mag denken over de invulling van de staf.
Sparta heeft afgelopen week een goeie trainer (Jan Velgersdijk) voor het tweede aangesteld, daar ben ik dus heel erg blij mee. Zoals ik ook graag zou zien dat de echte korfballers binnen de club zich bekommeren om onze jeugd. Daar lopen echt wel talentjes tussen. Die moeten we koesteren. Het niveau, de begeleiding, de faciliteiten, het moet langzaam aan een niveautje hoger. Dat heeft de club ook gesteld in een ambitieus beleidsplan “Sparta 2020”, daar ben ik dus erg mee in m’n sas, ik hoop dat dát de leidraad wordt aan de hand waarvan we weer naar een hoger plan gaan.