
Met overmacht leek Veensche Boys de wedstrijd tegen Zevenhoven te winnen, totdat Zevenhoven het in de laatste tien minuten op zijn heupen kreeg. Het werd hierdoor 3-2. Een geflatteerde uitslag, maar wel een benauwde winst.
Veensche Boys, spelend op een verrassend goede grasmat, dacht met haar oppermachtige optreden reeds de volle buit te hebben binnengehaald, maar het verslikte zich in de slotminuten. Het was tweemaal Coen Ravesloot die uit het niets raak schoot en het de Veenders nog best moeilijk maakte. Er was zelfs een mogelijkheid om langszij te komen vanwege een duw van Willem Olde Meule in het strafschopgebied, maar de arbiter zag hierin geen overtreding. Niettemin is trainer Dennis van den Ing van Zevenhoven ervan overtuigd dat Veensche Boys kampioen wordt in de Tweede Klasse B.
Het spel, vooral in de tweede helft, was dan ook oogstrelend. Vooral Guus Verhoef speelde zich in de kijker. Hij vormde met Robin van den Brom een droomkoppel en maakte het de verdediging van Zevenhoven erg moeilijk. Het was Dwight Eind die de score opende na een prachtige rush van Shane Arana Barrantes en een voorzet van Van den Brom. Niet veel later brak Verhoef door de linies, passeerde de keeper van Zevenhoven en schoof de bal richting Van den Brom. Zover kwam het niet eens, want verdediger Tom van Vliet tikte de bal zelf al binnen. De gehele eerste helft kreeg Zevenhoven geen kans en had Veensche Boys de score zeker met meer goals moeten opvoeren. Na rust leek Zevenhoven de omissie bij de Veenders te hebben gevonden en anticipeerde meer op het liniespel van Veensche Boys. Zevenhoven werd gevaarlijker maar de goal viel niettemin aan de andere kant. Robin van den Brom dirigeerde een droompass richting Guus Verhoef die de keeper omzeilde en raak schoot. De kansen die hierna volgden werden vrijwel allemaal als gevolg van buitenspel afgevlagd. Veensche Boys heeft de volle buit binnengehaald en koerst volgende week naar het Amersfoortse VOP. In de Tweede Klasse B stond alleen het duel in Nijkerkerveen op het programma.
Verslag en foto’s: Kees van den Heuvel