Sinds kort ben ik met de welluidende en gemakkelijk in het gehoor liggende artiestennaam Jupiliax-F bezig om muziekgeschiedenis te schrijven.
Ik heb a.i. ontdekt.
Met het opgeven van enkele chatopdrachten is het mogelijk om een volledig bluesnummer of bigbandorkestratie met alle toeters en bellen binnen 12 seconden in elkaar te draaien. Troost is wel dat ik de teksten zelf aandraag. Ik had nog een oud gedichtenbundeltje liggen, vol met herinneringen. Deze door de Google-vertaler gehaald en een flink aantal woorden herschreven op rijm. In het Engels. Piece of Cake. Inmiddels met een aantal tracks “Live” op Spotify. Nu benieuwd of het royalty’s gaat opleveren. Ik ga voor 6 miljard streams en een klein kasteel in Frankrijk aan de Loire. Inmiddels heb ik dankzij 12 tracks maandelijks 35 luisteraars, met het leeuwendeel in Brazilië en de Verenigde Staten, toch bijzonder. Het begin is er.
Iets anders, ook binnen het thema van muziek: Willem van Hanegem zei het ook al, de tranen komen wat sneller met de jaren. Ik heb dat dus ook. Ik maak hier ook geen geheim meer van. Er zijn enkele namen die ik nauwelijks zonder een trillende stem kan uitspreken. Toch vreemd. Dit had ik vroeger absoluut niet. Ik stapte over alles heen.
Maar nu, laat ik u vandaag eens verrassen, houd u vast. “De ‘Zangeres zonder Naam’ laat mijn stem zichtbaar stotteren. Ik weet niet of het lied “Bij de poort van de school wacht een hondje” u iets zegt, maar bij mij is dit een absolute tranentrekker. De tekst is vreselijk. Drama verzekerd. En voor de duidelijkheid: zeer simpel. Echter, door de stem van Mary Servaes krijgt dit nummer zeggingskracht. Zoals zij zingt, is er geen ander. Natuurlijk is het baasje overleden en wacht het hondje trouw elke dag maar weer, dankzij zijn loyaliteit die hij van nature bezit. Echter, het is de overtuigingskracht van deze onovertroffen zangeres die het nummer een diepe lading geeft. Zij zingt zonder een enkele twijfel. Zij is overtuigd van de inhoud en betekenis. Zij draagt iets uit; alles is authentiek en gemeend. Ik proef dat.
Ik heb Mary mee mogen maken. Nacht van de poëzie in Utrecht, 1983. In de annalen staat letterlijk geschreven: “Haar optreden wordt gezien als een opvallende ontmoeting tussen het levenslied (lage cultuur) en de literatuur (hoge cultuur). Wauw. Ach, zij was gewoonweg fantastisch. Hoe duidelijk kan ik zijn. Zij sloeg een brug. Ik was ademloos. Zij is onvergetelijk. Gekleed in een lange roze jurk sleepte zij zich over het podium, een bewegende, levensechte legende, het zigeunerbeeld ver overstijgend.
Het literaire academische publiek werd weggeblazen door de eenvoud en oprechtheid die zij vertegenwoordigde. Zij nam ons gezamenlijk aan de hand mee naar een bedachtzame stilte voorafgaand aan het daverende applaus. Aldus. Ik was getuige.
Bijdrage van Frank van der Kaaij