Eerst passeer ik een lange heg. Die onttrekt de imposante eiken die er direct achter staan deels aan het zicht. Dan sla ik af en wandel de oprit naar de kasteeltuin in. Na een paar meter kan ik niet verder en sta ik voor een gesloten zwart hek met spijlen en met scherpe punten. In het verlengde daarvan doemt een tweede hindernis op. Ook zwart. Ook punten. Ook dicht. Voor een wandelaar is het een onneembare vesting.
Dan valt mijn oog op het oog van een camera dat mij vanaf een paal aanstaart. We nemen elkaar op. Het is vast een intelligent ding. Ik vraag me af of dat ding de kasteeleigenaar al heeft gewaarschuwd: oudere man met stoppelbaard neemt de omgeving van de kasteelpoort nauwlettend in zich op. En dat op zondag. Dan valt mijn blik op een bordje op de pilaar waarmee het hek is verbonden: Rijksmonument. Daaronder staat uitnodigend: Toegangshek. Een groot bord aan de andere kant van de oprit pepert me direct in dat van vrije toegang geen sprake kan zijn: EIGEN TERREIN, verboden voor onbevoegden. Ik ga terug en loop via de buitenzijde, door het Hoevelakense bos, om de kasteeltuin heen. Waar de heg is onderbroken, tref je een massief zwart houten hek aan, met daarop het logo van het bouwbedrijf van de kasteeleigenaar: Wilgo van de Mheen. Daaronder lees ik: Huize Hoevelaken. Ook aan de achterzijde loop ik tegen een gesloten hek aan. Een afbeeldinkje van een camera erop maakt duidelijk dat Van de Mheen me ook hier in de gaten laat houden.
Als ik me weer omdraai, zie ik een bord aan een boom hangen: Welkom op Landgoed Hoevelaken, vrij wandelen en fietsen op wegen en paden, van zonsopkomst tot zonsondergang. Dat bord is er natuurlijk niet alleen voor Van de Mheen neergehangen, voor die enkele keer dat hij achter zijn tuin uitloopt. Het was er veel eerder al, ver voor zijn komst.
Huize Hoevelaken is een rijksmonument. Landgoed Hoevelaken, waar het deel van uitmaakt, is van oorsprong ontworpen als één geheel. Een maat van me, bosliefhebber vanaf dat hij kon lopen, bevestigt dat de kasteeltuin aan alle kanten is afgesloten en aan het zicht is onttrokken. Voordat Van de Mheen het kasteel kocht, was de tuin toegankelijk voor wandelaars uit de wijde omgeving. Op Open Monumentendag was ook het kasteel zelf vaak open voor publiek. Nu niet meer. Als je aan de noordzijde vanuit de prachtige Middenlaan richting het kasteel liep, had je een majestueus zicht op de vijver, met fontein, en daarachter het monument. Nu staat daar die heg in de weg. Door de samenhang tussen bos en historisch erfgoed te verbreken, heeft Van de Mheen de burgers veel afgenomen: het zijn nu strikt gescheiden werelden.
Ik vraag me af of de wetgever Van de Mheen soms de verplichting heeft opgelegd om zijn tuin en kasteel hermetisch af te sluiten voor het publiek. Misschien wel op straffe van een zware boete. Een deskundige bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed moet erom lachen als ik hem dit voorleg. De wet verplicht de eigenaar alleen het kasteel zelf met zorg te onderhouden. Hij kan er subsidie voor krijgen. Voor de rest mag hij doen wat hij wil. De heggen kunnen gewoon worden verwijderd, de zichtlijnen weer opengebroken, en er is, volgens de deskundige, ook niets op tegen om het park en het kasteel open te stellen voor het publiek. Al zou de eigenaar de boel ’s nachts openstellen, dan mag hij dat gewoon.
Kortom, er lijkt niets wat Van de Mheen hoeft tegen te houden om publiek weer toe te laten in de kasteeltuin - overdag - en ook in het kasteel zelf – tijdens Open Monumentendag -.
Zover is het echter nu nog niet.
Wilgo zit in zijn kasteel
Oma belt aan.
Ze wil graag in de tuin wandelen.
Juist in de lente is die zo mooi.
Ook schaatste ze er op de vijver.
Dat was lang geleden.
In de winter.
Ze danste op het ijs.
Met Jan, haar man.
Toen leefde hij nog.
Fijne herinneringen.
‘Je hebt een bril nodig ouwe knar,
kun je mijn bord soms niet lezen?’
Dat zegt Wilgo.
Oma moet huilen.
Maar Wilgo is blij.
Hij houdt zijn kasteel
lekker voor zichzelf alleen.
Maar straks, als Van de Mheen zijn hart laat spreken - hij handelt in steen, maar dat zegt niets over zijn hart - rennen alle burgers, van jong tot oud, in drommen hun huizen uit. Ze trekken zingend door de straten. Bij het kasteel aangekomen roepen ze massaal: ‘Huize Hoevelaken is voor ons allemaal’. En ook: 'Leve Van de Mheen, zoals hij is er geen een!'.
Zo kwam alles toch nog goed.
Bijdrage van Hans Dammingh