Het Nederlands elftal speelde zijn beste wedstrijd van het toernooi, maar de Marokkanen gingen toch, huilend van geluk, met de overwinning naar huis.
Voor de rust zetten de Marokkanen de Nederlanders fors op achterstand (0-3), maar in de tweede helft voltrok zich ‘het wonder van Crysencio Summerville’.
De zinnetjes maken het volgende duidelijk: ‘maar’ is hier het taalkundige scharnierpunt dat de hele zin een andere draai geeft. Wat er aan ‘maar’ voorafgaat, doet er, op de keper beschouwd, niets meer toe. Geweldig gespeeld, boeien…want toch verloren (eerste zin). Als een krant gespeeld, 0-3 achter, doet er allemaal niet meer toe, want toch gewonnen (tweede zin).
‘Nijkerkers werden rijk met de handel in slaven in Suriname, maar schonken óók geld voor voorzieningen in de stad.’
Dat kopt Wichard Maassen in het AD van 28 oktober 2025. Het is duidelijk hoe Maassen in de wedstrijd zit. Die slavernij is voor hem misschien best wel een dingetje. Dat het geld dat Nijkerkers daaraan verdienden deels terechtkwam bij zijn gemeente, maakte dat echter meer dan goed. (Een zuiver voorbeeld van de ouderwetse aflaat, hoor ik sommige katholieken denken.)
Aan de tentoonstelling waarover Maassen hier schreef, bracht ik een bezoekje.
‘Nijkerk Suriname: mijn geschiedenis, jouw geschiedenis’ is te vinden
in het pittoreske Museum Nijkerk aan de Venestraat. Als je wil weten wat onze gemeente maakte tot wat die nu is, ga er dan heen: het maakt je wijzer. (Als je die kennis over het slavernijverleden allemaal niet nodig hebt, bijvoorbeeld omdat je liever alleen ziet wat je gelooft, ga er dan in elk geval heen voor een gesprekje met de hartelijke gastvrouwen. Laat je door hen wat lekkers inschenken en onderga de frisheid van een goede luchtkoeling.)
Ongeveer een derde van de totale Surinaamse bevolking stamt af van ‘tot slaaf gemaakten’. (Slaaf gemaakt, want slaaf werd je niet vrijwillig. Vaak kwam er geweld aan te pas. Je werd tot slaaf ‘gebombardeerd’.) Er waren ook Nijkerkers die plantages in Suriname in eigendom hadden, inclusief de mensen van Afrikaanse komaf die er onder harde knoet werkten. In Nijkerk liepen ze daarmee vast niet te koop. Zo waren de eigenaren van markante historische locaties als landgoed Salentein, Huize Hoevelaken, Huize de Brink direct of indirect betrokken bij slavernij. Ze dankten er hun rijkdom aan.
Één juli 1863 kwam er een einde aan de slavernij. Het was natuurlijk ondenkbaar dat de slavendrijvers daarvoor geen genoegdoening zouden ontvangen. De eigenaren van het landgoed Salentein ontvingen daarvoor naar verluidt de somma van vijfentwintigduizend en vijfhonderd gulden (nu zou dat rond een half miljoen euro zijn). Het ontzag voor mensen met veel geld en macht lijkt heden ten dage groter dan ooit. De voor de hand liggende vraag: ‘Hoe komt u eigenlijk aan al uw geld?’ wordt daarentegen slechts zelden gesteld.). De misbruikte slaven zelf ontvingen geen cent.
Ben je geen museumbezoeker, maar wel een feestbeest?
1 juli viert Nijkerk KETI KOTI (verbroken ketenen), de afschaffing van de slavernij in Suriname!
Afschaffing slavernij betekende dat meester Jan zijn gang niet meer kon gaan:
Fayasiton Gloeiende steen
No bron miso Brand me niet
No bron miso Brand me niet
No bron miso Brand me niet
Adyen musra Jantys Kirsuma Pikin Alweer heeft meester Jan een mensenkind vermoord
Bijdrage van Hans Dammingh