Uit betrouwbare bron (ze ligt ’s nachts bij me in bed) weet ik dat er vrouwen zijn die nauwelijks nog een oog toe doen sinds het bekend is.
Van pure opwinding.
Als je me het mes op de keel zou zetten, moet ik eerlijk toegeven dat het mij ook niet onberoerd laat. Maar dat dan weer om een andere reden. De man waar het hier allereerst om te doen is, komt volgens Frank Snoeks, sportverslaggever, van Mars af. Dat was wel ontzettend zwak uitgedrukt. Tijdens de Winterspelen van 1998 reed hij op de 5 en op de 10 kilometer iedereen het snot voor de ogen. Schaatste hij alle tegenstand finaal en compleet naar de gallemiezen. Verpulverde met twee vingers in de neus twee wereldrecords. Gianni Romme. Over de vrouw – in mijn geval is het een vrouw – zei dezelfde Snoeks tijdens dezelfde Spelen: ‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?’ Dat was dus tijdens de gouden race van Marianne Timmer op de 1500 meter: ook een wereldrecord. (Het was die keer dat haar coach Peter Mueller, een rare snuiter, na afloop van pure gekkigheid niet wist wat hij doen moest, Marianne op het ijs kwakte en de rest is geschiedenis.)
Heroïsch. In miljoenen geheugens gegrift. Het gaat je voorstellingsvermogen misschien te boven, maar deze iconen komen binnenkort naar onze gemeente toe. Naar het dorpje Hoevelaken. Waar het centrum in verval is en dat om weinig meer bekend is dan het prachtige kasteel dat er schijnt te staan, een kasteel dat om ondoorgrondelijke redenen volledig aan het oog van Gianni en Marianne onttrokken zal zijn. Wat brengt die sportgiganten in hemelsnaam naar hier? Het blijkt om de wielerronde van Hoevelaken te gaan.
Zelf fietsten we recent in het noorden van Zuid Limburg en viel ons plots een bordje op dat leerde dat we op het parcours van de Amstel Gold Race waren beland. Prompt ging het heuvel op. Dat viel me zwaar. Mijn partner keek enige tijd later – ik was nog aan het stoempen – vanaf de top naar beneden met een blik van ‘waar blijf je nou?’ Boven aangekomen stonden meer mensen en ook die keken me meewarig aan. Dat ging wel erg traag. Of mijn accu leeg was? Dat moest ik beamen, al was dat om andere redenen dan ze dachten. Ik fiets nog op voortdurend tanende spierkracht. Mijn bewondering voor de wielrenner is dan ook immens (vermits die uiteraard ‘schoon’ is en niet stijf staat van de dope). 13 juni sta ik dan ook voor dag en dauw op om maar niks te missen van het gebeuren. Zeker weten dat we elkaar daar met zijn allen (zo'n 47.000) tegenkomen. Die koers mag je niet missen. Er zijn niet alleen schaatshelden te bewonderen, ook goed geconserveerde wielergoden (ver over datum, maar toch) zetten hun beste beentje nog eens voor.
'Die wieltjeszuiger, is dat niet Leon van Bon?' ‘Gianni zit nu lekker van voren, maar hij heeft een sprint als een strijkijzer, dus die gaat hem niet pakken.’ ‘Ja, ik zei het net al, die gasten gaan de koers hard maken.’ ‘Ik zie Marianne dat gat net dichtrijden, maar nu heeft ze wel een jasje uitgedaan.’ ‘Erik Dekker fietst weer eens met zijn hol open, dat deed die vroeger ook al.’ ‘Ik ben benieuwd of Boogerd hem straks een kwak gaat geven.’ ‘Wordt Rooks daar geflikt?’ ‘Ja hoor, bij Boogerd is het nekkie er weer eens af.’ ‘Lars van der Haar gaat nog wel, zeg, hij loopt nu lekker aan de boom te schudden.’ ‘Maarten de Bakker heeft pap in zijn benen, had ie vroeger nooit.’ ‘Als Gerard van Velde deze koers gaat pakken, dan kan mijn schoonmoeder het ook.’ ‘Breukink is toch niet weer het bordje van Bart Voskamp aan het leegeten? Ja hoor, hij rijdt gewoon zijn karretje in de poep.
Zulke wielertaal mag straks achter de hekken natuurlijk niet ontbreken. We zien elkaar de 13e juni aan de meet!
Bijdrage van Hans Dammingh