Hans den Haan: naar de dierentuin met Frits

17 mei , 9:00Columns
2022 01 07 hans den haan 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 6 1 1
Elk jaar ga ik met mijn zus en haar kleinzoon een dagje naar de dierentuin.
Dit keer was de gelukkige dierentuin die van Amersfoort. Die godzijdank geen “zoo” wordt genoemd. Maar gewoon “Dierenpark Amersfoort”. Ik ben niet zo van dat zoo-gedoe.
De kleinzoon van mijn zus is inmiddels alweer tien. Frits heet hij.
Hij heeft één bijzondere eigenschap. Hij is nogal slim.
Bij de dierentuin waren ze blij dat we kwamen. Al weten ze zich nog goed te herinneren dat we een paar jaar geleden twee chimpansees hebben vrijgelaten.
“Zullen jullie dat nooit weer doen?”
Nee, de volgende keer doen we een ander dier.
Die chimpansees zaten op een bepaald moment op het terras bij een naburig restaurant gezellig een wijntje te drinken. Het personeel daar had eerst niet in de gaten dat het chimpansees waren. Een van hen had zelfs om de wijnkaart gevraagd.
Omdat wij een kind bij ons hadden, werd ons bij het ingaan van de dierentuin gewezen op het feit dat ze een extra-avontuurlijke dinosauriërsroute hebben. En een nieuw dier. Namelijk een baby-olifant. Nou ben ik niet zo van de babyolifantjes. Ik vind ze nogal lelijk. Maar in zekere zin hebben ze toch wel een hoog schattigheidsgehalte.
Maar over het olifantenspruit ga ik het niet hebben. Het viel me wel op dat ze bij de olifanten een gids hadden, die uitlegde dat zijn staart aan de achterkant zit en zijn slurf aan de voorkant. Dat we die twee niet verwarren. Dat scheelt toch weer pijnlijke ongelukken bij het voeren.
Wat me ook opviel, is het feit dat ze het oude bisamrattenverblijf willen teruggeven aan de natuur. Bisamratten mogen niet meer in dierentuinen gehouden worden. Ze vormen een gevaar voor Neerlands dijken. En we hebben geen Hans Brinker meer.
Een vorige keer dat ik er was, stond er een bordje in dat verblijf: “de laatste bisamrat is overleden”. Ik vond dat zo sneu. Ik heb er een beetje om moeten huilen. Maar dit terzijde. Ik hoop dat hij een behoorlijke begrafenis heeft gekregen.
Samen met Frits waagde ik mij aan de extra- avontuurlijke dinosaurusroute. De extra-avontuurlijke dinoroute was heavy voor mij. Vijfenzeventig jaar en dan nog op avontuur in het dinobos. Ik hoopte nog dat Frits zou kiezen voor de gewone route. Ook geschikt voor rolstoelbaby’s. Maar ik kon het verwachten. Het werd de extra.
Zo moesten we meteen al een van lichteffecten voorziene vulkaankrater balanceren. Over een smalle boomstam. Maar gelukkig kon ik daar stiekem omheen. Op mijn leeftijd heet dat geen vals spelen meer, maar risicobeheersing.
Toen we daarna een smal pad met aan weerszijden boomstronken in moesten, zag ik de bui al helemaal hangen. Dat wordt straks aan een touw hangen vier meter boven de grond. Of de bek van een Tyrannosaurus binnengaan en intussen zijn tanden poetsen.
Maar de lastigste opdracht bleek een glijbaanbuis naar beneden, waar je alleen in kon komen als je heel soepel was. De ingang was gelegen op bijna een meter hoogte en voorzien van twee handvatten. Frits had er geen problemen mee. Maar ik kreeg het in eerste instantie niet voor elkaar. En ik liet twee kinderen voorgaan die meteen waren vertrokken de diepte in. Uiteindelijk liet ik het er niet op zitten. Met de nodige krachtinspanning kwam ik er toch in. En toen was er geen houden meer aan. Alles wat ik normaliter in mijn zakken heb, vloog door de lucht. Sleutels, bonnetjes, pepermuntjes, een verfrommeld boodschappenlijstje uit 2023. Maar beneden kon ik het allemaal weer bijeenrapen.
Frits had intussen het einde van de tocht bereikt. Hij was niet meer te stoppen en kon niet even op mij wachten. Of ik het wel zou overleven.
Overigens kunnen kinderen heel wat klimmen, klauteren en glijden in de dierentuin. Wat dat betreft is het zeker een leuke zoo. Oeps, gebruik ik dat woord toch.
Het is ook een dierentuin waar je veel trappen op en af moet. Zeker in de stad der oudheid. Een themagebied dat eruitziet als een oude historische stad.
Voor iemand in een rolstoel is dat niet te doen. Maar ook voor dames met een rollator. Zo zagen wij een rollatordame in woede uitbarsten, omdat ze zo nu en dan trappen op en af moest, wat ze niet kon. “Wat is dit voor een puntje, puntje, puntje-dierentuin,” riep ze. Maar slecht ter been kun je beter naar een andere dierentuin gaan. In plaats van naar een fitnessparcours langs apen en hoefdieren. Maar het valt wel mee, hoor.
Het leuke van Dierentuin Amersfoort is ook dat je soms dieren niet ziet. Dit omdat de verblijven ingericht zijn voor de dieren om zich er thuis te voelen. Met veel groen en verstopplekjes. Het is niet erg.
Vroeger hadden de dieren hokken met maar één functie. Voorkomen dat de dieren de dierentuin zouden verlaten. En de dieren zelf, die verveelden zich dood. Wat dat betreft is er veel verbeterd.
Neem het nieuwe chimpanseesverblijf. Je moet er je nek rekken om er een te zien. Want ze zitten op een enorme heuvel. Nou, dat valt ook wel mee. Maar het is wel heel natuurlijk. En dat is fijn.
Bij de chimpansees hangen borden met portretten van de verschillende apen en hun naam. En nog wat gegevens. Een feest van herkenning als je naar de Tweede Kamer kijkt.
Frits wist na een half uur nog al die namen uit zijn hoofd. Ik niet een. Ik wou dat ik zo’n geheugen had.
Waar je al helemaal niets ziet, dat is het nachtdierenverblijf. Het is er namelijk donker. Erg donker.
Een blindengeleidehond meenemen zou er handig zijn.
Ik zag er welgeteld twee dieren. Iets wat met een snelheid van vijftig kilometer per uur door het duister schoot. En een soort maki, mali of braki. Met een dikke staart. Daar hingen de kerstlampjes nog in. Dus was hij goed te zien.
Maar de sfeer is er geweldig. Je hebt echt het gevoel dat je door een geheimzinnig nachtelijk bos dwaalt. Met nachtelijke krekel- en andere geluiden. Ik vond het keigoed, zoals ze dat tegenwoordig zeggen.
Frits had een lijst opgesteld met nachtdieren die hij beslist wou zien. Maar hij was zijn zaklantaarn vergeten. Wel bleek hij betere nachtogen te hebben dan ik. Hij had maar liefst vier dieren gezien.
Ten slotte blijft de zwarte rat niet onvermeld. Ik schaam me er een beetje voor. Maar het is voor mij een favoriet dier. Niet in m’n huis, maar veilig opgeborgen in de dierentuin. Gaat het wel goed met Hans? De rat, het favoriete dier?
Als de mensheid uitsterft door een virus, dan neemt de rat alle steden over. Samen met de kakkerlakken, die veel beter tegen radioactieve straling kunnen dan wij. In geval van een atoombom. Maar dat is een ander probleem.
In de dierentuin van Amersfoort kun je oog in oog staan met de zwarte rat. En als ik dan in zijn lieve oogjes kijk. Nee, hij kijkt je ondoorgrondelijk aan. Alsof hij precies weet hoeveel kaas er nog in je koelkast ligt. In zijn blik zie je instinct en berekening. In zijn ogen vind je geen pupil om je aan vast te klampen. Zijn bewustzijn lijkt verborgen.
Maar de zwarte rat is in de dierentuin verplaatst. Hun vaste verblijf stond leeg. Ze zitten nu in de graanschuur. Dit is gebouwd op de plek van het voormalige nijlroezetverblijf. Maar ik wist niet wat een nijlroezet is. Laat staan dat ik wist waar vroeger het roezettenverblijf was. De rat stond ook niet op de plattegrond. Misschien uit angst dat bezoekers massaal alleen nog maar voor de rat zouden komen.
Maar goed, bij elk dierentuinbezoek mis je wel een dier. Ik lig er niet echt wakker van. Het was gewoon een geweldige dag. Vooral als je zomaar een kind als gezelschap cadeau krijgt.
Bijdrage van Hans den Haan
columnisten
loading

Loading articles...

Loading