Hans den Haan over: Het heidendom

20 jul 2025, 9:00 Columns
2022 01 07 hans den haan 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 6 1 1

Wat de bijbel betreft: ik begrijp niet zo goed waarom wij noordelingen ons zouden moeten richten op een midden-oosten-traditie, terwijl we een eigen noordelijke overlevering hebben. Wat moeten we met woestijnen en kamelen? Terwijl wij onze naaldbossen hebben, onze raven en ons auerhoen.

Het komt natuurlijk door Bonifatius. Die zo nodig de Friezen moest bekeren. En die bij Dokkum is vermoord, omdat hij dat zelf zo graag wou. In de wetenschap dat zijn leven sowieso al gauw ten einde zou lopen. Hij wou sterven als een heilige martelaar. Uitslover. Alhoewel hij wel de mensenoffers heeft afgeschaft.

Het heidendom spreekt mij zeer aan. Ik heb mijn hart verpand aan het heidendom.

Waarom precies? Het spreekt tot de verbeelding.

Overigens zetten we sommige heidense feestdagen tot op heden voort. Zo vieren we met Pasen de komst van de lente en het nieuwe leven. En met kerstmis halen we een dennenboom in huis. Eeuwig groen. Om de hoop op nieuw jong gebladerte in het bos gestalte te geven.

We hebben in Nederland nog talloze zaken die aan het heidendom herinneren. Zoals heilige genezende bronnen, offerstenen, dodenwegen, kroezebomen, en in de bodem gevonden restanten van tempels. Deze laatste ontdekt door ijverige archeologiemollen. Mollen kunnen soms een handig hulpmiddel zijn bij opgravingen. Molshopen kunnen wijzen op ondergrondse archeologische objecten.

Een kroezeboom is een boom die een grens of kruispunt aanduidt. Het waren heilige bomen die gebruikt werden voor ritueel en soms rechtspraak.

De kroezebomen zijn natuurlijk niet van oorspronkelijk pluimage. Immers na een jaar of 350 houden deze het in het algemeen voor gezien. “Dag jongens, ik ga.” Ze worden dan vervangen door een nieuwe frisse boom. Zoals de kroezeboom op het landgoed het Loo. Zodat we niet kunnen zeggen: bij Apeldoorn werd de laatste kroezeboom vermoord.

Natuurlijk heb ik favoriete heidense plekken. Waarvan er hier twee in beeld komen. Om te beginnen voer ik jullie mee naar Ede. Landgoed Kernhem en omgeving.

Huis Kernhem verving ooit een voormalig kasteel. Het heeft zijn eigen spook: de witte vrouwe van Kernhem. Maar daar ga ik het nu niet over hebben. En ook niet over de spookhond die hier rondwaart.

Kernhem was vroeger een heidense heilige plek. Een plaats voor de zonnecultus. Vanaf de ’s Gravenberg, het hoogste punt, konden de oude volken de zonsondergang aanschouwen.

Op het landgoed aan de overzijde van de Kernhemseweg vind je op de Doolhoflaan de Kernhemse bloedsteen. Geen bloeddonor in steengedaante, maar een offersteen. Hier werden offers gebracht om de goden tevreden te stellen.

Die namen met minder geen genoegen.

Het moet gezegd: hier werden vermoedelijk ook maagden geofferd. Het enige gebruik in het heidendom waar ik minder enthousiast over ben. Maar het was voor de heidense gemeenschap natuurlijk daadwerkelijk een offer. Maar we weten niet wat er op de bloedsteen werkelijk werd geofferd.

De Bloedsteen. Wie bij volle maan met een speld prikt in dit cadeautje uit Scandinavië ziet tot zijn grote verbazing een druppeltje bloed uit het gepijnigde zwerfblok tevoorschijn komen.

In Ede was het lang traditie om in de steen te prikken om te zien of men zwanger was. Een druppeltje bloed betekende zwanger. Een Edese vrouw vertelde mij eens dat dit in haar jeugd nog gewoonte was.

Bij het Huis Kernhem zakte ooit een stratenmaker weg in een put. Het bleek echter een onderaardse gang te zijn. Maar de opzichter verbood deze gang te betreden. Er zouden wel eens kwalijke gassen in het onderaardse kunnen rondspoken. Tot nu toe heeft niemand meer deze gang kunnen terugvinden. Maar er wordt ook niet ijverig naar gezocht. Het was waarschijnlijk een onderaardse vluchtweg naar de Hanenburg, een klein rond eilandje in het bos aan de westzijde van het landgoed. Een eiland omringd met een gegraven gracht. Meestal met als doel de geest van iemand die op het eiland begraven werd op het eiland te houden.

Het grindpad naast de boerderij, aan de westzijde van de Kernhemseweg, tegenover de Doesburgerweg, is het begin van de beroemde Ieperse weg. Tegenwoordig een bospad. Niet te verwarren met de Ieperseweg bij het dorp Ieperen in België. Deze weg kwam vroeger uit bij het al even vermaarde urnenveld de Hondslog. We gaan ervan uit dat de Ieperse een zogeheten dodenweg was. Wat niet wil zeggen: een weg waar veel ongelukken gebeurden. Over de dodenwegen werden de overledenen vervoerd naar hun laatste rustplaats. Ook bij Wekerom vinden we een oude dodenweg. Die de Valkse Lijkweg werd genoemd. Maar tegenwoordig heet deze macabere weg de Vijfsprongweg. Wie wil er aan een lijkweg wonen?

Langs de Ieperse weg in Bruno’s bos vinden we de rusteloze bomen. Die vroeger de Broezebomen werden genoemd. Daar kan het zelfs op windstille dagen plotseling flink waaien. Het is niet zozeer een weg met rusteloze bomen, maar rusteloze geesten. Die leven zich uit in het gebladerte.

De Ieperse weg liep vroeger door naar het urnenveld de Hondslog, tussen Ede en Wekerom. Als je daar nu gaat kijken, dan zie je er geen urnen. Wel wat graanvelden.

Maar wacht tot het volle maan is. En er lage mist over het veld hangt. Dan kun je in die mist gezichten zien.

In heidense tijden wist men wel waar de kindertjes vandaan kwamen. Je kon ze vinden in holle bomen. Niet zomaar elke holle boom, maar de kinderboom. De boom riep de toekomstige ouders.

“Kom je kind maar halen. Kom gauw.”

Soms stond zo’n boom op een eiland. En de ouders voeren erheen met een boot. Op een kille ochtend. Lage nevels op het water. Wat geluiden van watervogels. Een ijsvogel die over het wateroppervlak scheert. En, bijna fluisterend, de roep van de boom. Zou het dan toch echt waar zijn? Verwachtingsvol, maar ook nog enige twijfel. Totdat zij het kind in hun armen konden nemen.

Er zijn op de Veluwe zoveel interessante plekken van heidense oorsprong. Zoals de onzalige bossen bij Dieren. Het is een verbastering van Onsaelbosch, wat “onafhankelijk bos” betekende. Hier doen verschillende verhalen de ronde.

In dit bos liet men in heidense tijden witte paarden los. Het witte paard stond in die dagen in hoog aanzien. Het stond voor snelheid, loyaliteit en transformatie. En de drijfveer van de menselijke ziel. Het witte paard zegt: ”ik weet de weg” en het loopt voorop.

Toen het christendom om zich heen greep, moesten de paarden het bos uit. Een heidens gebruik, dat kon echt niet. Alleen één paard liet zich niet vangen. Het liet zich zijn verheven heilige status niet ontnemen. Onder invloed van het christendom werd het eigenwijze paard vervolgens tot demonisch paard verklaard. En na zijn overlijden spookt het daar nog steeds rond.

We noemen het “het paard met de dodende ogen”. Een paard dat enkel al met de kracht van zijn ogen iemand doden kan.

Als de omstandigheden juist zijn, kil weer, flarden mist, de eenzame roep van een gaai, dan draaft het paard tussen de berken van het onzalig bos vandaan de Rheder en Worthrheder Heide op. Gelukkig flitst het zo snel dat het niet eens lukt het in de ogen te kijken.

Ten slotte iets over de begrafenisrituelen van de heidenen. Dat is een verhaal apart. En beslist niet in lijn met het christendom. Zoals de voorouderverering en vooral de angst dat de overledenen als levend lijk zouden terugkeren. Om dat te voorkomen had men wat handige trucjes. Om die maar zo te noemen. Men legde de dode op stro en verbrandde dat bij terugkeer. Of men legde het stro op de eerste kruising van wegen. Dat was al behoorlijk effectief.

Ook moest er bij de begrafenis flink gefeest worden. Heidense liederen gezongen, dansen, copieuze maaltijden en veel drank. De seksuele prestaties van de overledene moesten bezongen worden. En er moest vooral hard gelachen worden. Want huilen zou de rust van de dode kunnen verstoren, zodat hij zou terugkeren.

Ook ging men niet via de kortste route naar de begrafenis. Google maps werd genegeerd. Men ging via veel omwegen. Dit om ervoor te zorgen dat de dode het spoor bijster zou raken en niet als levend lijk zou terugkeren. Logisch toch?

bijdrage van Hans den Haan

columnisten