Dat benadrukt Roxane van Iperen zaterdagmiddag 18 april tijdens een goed bezochte bijeenkomst bij boekhandel Roodbeen.
Aanleiding is het essay dat ze schreef voor de ‘maand van de filosofie’.
"Ik zie wat ik geloof" is de titel en die geeft de kern goed weer. De machtigste technologiebedrijven, de Big Tech, bepalen welke werkelijkheid ieder van ons via het scherm te zien krijst. Algoritmes, slimme instructies, bepalen welke beelden je voorgeschoteld krijgt. Jouw voorkeuren spelen daarbij een belangrijke rol. Zo krijg je, eenvoudig gezegd, vooral te zien 'wat je gelooft', de rest niet. Het zicht op de werkelijkheid zoals die is, de waarheid, verdwijnt op die manier. Onze gedeelde werkelijkheid dreigt zo verloren te gaan. Dat ondermijnt onze democratie.
Het scherm is de wereld geworden, een wereld die volwassenen hebben gemaakt. We kunnen, zegt Van Iperen, onze kinderen niet verwijten dat ze er gebruik van maken, al is het verstandig ze op de risico's te wijzen. Ze zijn met het scherm opgegroeid. Niet de kinderen, maar de fabrikanten, de Big Tech, moet je aanpakken.
Als voorbeeld noemt Van Iperen DigiD, het identificatiesysteem dat de overheid gebruikt. We kunnen ervoor kiezen om dat systeem niet over te dragen, maar om het volledig in eigen handen te houden. Dan voorkom je dat onze persoonsgegevens in verkeerde handen komen. Dat is misschien niet makkelijk en het zal best wat kosten, maar onmogelijk is het niet. Opgeven is nooit een optie, aldus Van Iperen: ‘Als je opgeeft, kom je je bed niet meer uit."
Een prikkelende discussie met het publiek volgt. En dat is precies waar Van Iperen op uit lijkt: ons van het scherm afhalen en aan het denken zetten over de macht die we niet zien, maar die ons wel probeert te sturen.
Bijdrage van Hans Dammingh