Ben blogt over staande ovatie voor de zorg

Foto:

Dinsdag 17 maart 2020, 20:00 uur. Mijn vrouw Elly en ik zitten er klaar voor, net als op 4 mei: we gaan twee minuten klappen voor de zorg. Als Rob Trip het Journaal opent, zetten we de tv op zacht. Het geluid van twee paar klappende handen vult op een vreemde manier de stille kamer.

Ik denk aan minister Bruno Bruins van het ministerie Medische Zorg en Sport, die tijdens een uren durend debat over het coronavirus van vermoeidheid in elkaar zakt. Hij staat daarmee symbool voor al die zorgprofessionals in Nederland die zich inzetten voor patiënten tot ze erbij neervallen.

We klappen voor de zorg.

Ik denk aan mijn dochter. Ze is nu thuis, niet vanwege het coronavirus, maar omdat ze in de laatste weken zit van een tot nu toe zorgeloze zwangerschap. Toch zijn er zorgen. Hoe verloopt de bevalling in een ziekenhuis dat in code rood of misschien zelfs code zwart verkeert? Mogen er wel mensen op kraambezoek komen? Gaat het coronavirus haar roze wolk infecteren? Gelukkig is ze in het ziekenhuis en bij de verloskundige in goede handen.

We klappen voor de zorg.

Ik denk aan mijn oudste dochter. Zij is GZ-psycholoog, werkt zoveel mogelijk vanuit huis, maar springt op haar fiets als mensen in acute geestelijke nood zitten.

We klappen voor de zorg.

Ik denk aan mijn kwetsbare moedertje. Ze is 92 jaar, dement en woont in een zorgverblijf in Putten. Oktober vorig jaar brak ze haar heup, werd geopereerd. Daarna kreeg ze koorts, at bijna een maand niet meer en leek ons te ontglippen.
Wonderlijk genoeg krabbelt ze weer op. Ze zit weer in de huiskamer, smeert haar eigen broodje met hagelslag en helpt bij het drogen van de afwas. De liefde waarmee de zorgmedewerkers haar bijstaan is hartverwarmend. Maar het hek is dicht, bezoek is niet meer toegestaan, niet meer met mijn vingertoppen snoezelig door haar zilverwitte haren kriebelen. Gelukkig zet de verzorging foto’s en filmpjes op Familienet, een digitaal platform. Toch contact.

We klappen voor de zorg.

Even later de verzuchting dat we nu al – na enkele dagen – het echte contact met elkaar missen. Dat we er niks aan vinden, dit virus. Maar we moeten nog even.

Ik denk aan Tergooi, het ziekenhuis waar ik nog steeds een deel van de week werk. De medewerkers in de frontlinie zetten zich schrap om alle coronapatiënten de zorg te geven die ze nodig hebben. Ze zijn blij met ons applaus, maar nog blijer als we anderhalve meter afstand houden.
Ik denk aan mijn collega’s op de afdeling Communicatie. We werken zoveel mogelijk thuis, vergaderen via Skype, brengen het laatste nieuws over het coronavirus, staan de pers te woord, organiseren webinars om vragen te beantwoorden. In de afdelingsapp lees ik dat we ons meer dan ooit realiseren dat we een geweldig team hebben. Met even later de verzuchting dat we nu al – na enkele dagen – het echte contact met elkaar missen. Dat we er niks aan vinden, dit virus. Maar we moeten nog even.

We klappen voor alle collega’s in Tergooi, voor álle mensen in de zorg. Voor alle mensen die onbezoldigd hun diensten aanbieden. Voor de kinderen die met stoepkrijt voor de ingang van het ziekenhuis de medewerkers een hart onder de riem steken. Al deze mensen, met of zonder witte jas, verdienen een staande ovatie. Nu, morgen, overmorgen en daarna.

En dan is het stil. De lippen van Rob Trip bewegen, het geluid van de tv staat nog uit, maar ook zonder zijn stem is duidelijk waar het over gaat.

Het waren twee bijzondere minuten.

Tekst nodig? Laat woorden werken. Ben Tekstschrijver uit Hoevelaken schrijft voor alle sectoren, zorg en welzijn is zijn specialiteit.
Meer informatie? Meer blogs lezen? Kijk op mijn site. Nooit meer een blog missen? Word vaste lezer. Meld u aan via de website.

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden