Ben blogt over een kaskraker

Foto:

Kom op Eus, nu een bundel met Jean Pierre Rawie

Mijn tweede vrouw is zó snel weggelopen
dat zij de eerste nog heeft ingehaald.

Deze regels zijn van Lévi Weemoedt, een oude held van mij. Ze staan in Pessimisme kun je leren, een bundel samengesteld door Özcan Akyol (Eus). Hiermee blies de bekende columnist en tv-persoonlijkheid nieuw leven in de carrière van de in vergetelheid geraakte Weemoedt. Ik zie het duo optreden op Lowlands en denk: laat Eus nu een bundel samenstellen van Jean Pierre Rawie.

Lévi Weemoedt leeft een vergeten bestaan. Menigeen denkt dat hij dood is. Als hij voor zijn huis op de stoep staat, spreken voorbijgangers hem aan: ‘Weet u dat hier de schrijver Lévi Weemoedt heeft gewoond?’

In een gedichtje beschrijft hij wat hij ziet als hij vanuit zijn dakkapel op straat kijkt:

‘k Zie zo vaak verliefde paartjes
even stilstaan voor mijn huis:
‘Daar woont Weemoedt’, wijst de jongen.
En het meisje slaat een kruis.

Weemoedt – echte naam: Isaäk Jacobus van Wijk – is een van de schrijvers die me leerde dat lezen onbedaarlijk leuk kan zijn. Hij treedt in de voetsporen van Piet Paaltjens die de traan zoveel accent geeft dat de lach nooit ver weg is. Weemoedt had de laatste jaren nauwelijks een nagel om zijn kont te krabben, maar dankzij Eus is hij weer helemaal hipperdepip en trekt hij een volle tent op Lowlands.

Wat mij betreft mag Eus zijn promotiepijlen nu richten op een andere dichter en schrijver: Jean Pierre Rawie.

Als ík het doe zet het geen zoden aan de dijk, ik zou hem nooit bij De Wereld Draait Door gekregen hebben.

Het centrale thema van Rawie is ‘het verglijden van de tijd’, achter elke komma gloort de melancholie. Zijn gedichten zijn toegankelijk, hij schrijft – zoals hij zelf zegt – ‘geen wartaal’. Dat is ook de reden dat zijn versregels regelmatig in rouwadvertenties langskomen. Zijn woorden zijn zelfs uitgehouwen in grafstenen, keurig met bronvermelding. ‘Ik ben daarom waarschijnlijk een van de weinige mensen die bij leven zijn naam reeds terug kan vinden op een zerk’, aldus Rawie. Hij raadt bij het uitzoeken van een rouwtekst dan wel aan gebruik te maken van bestaande poëzie, en niet zelf te gaan fröbelen. Dit leidt dan tot miskleunen als: ‘Haar stoel is leeg, haar stem is stil, eindelijk rust.’ Of: Hij is gelukkig gestorven.

Rawie schrijft poëzie en proza. In zijn boek Mijn ouders hadden één kind en een dochter begint hij zijn verhaal Verdriet als volgt:

Er zijn drie dingen, ik vertel u niks nieuws, die je vrijwel nooit terugkrijgt als je ze uitleent: boeken, paraplu’s en vriendinnetjes. Aan paraplu’s hecht ik niet, en omwille van de beschikbare ruimte zal ik me beperken tot boeken.

Ik smul van zo’n zin. Ik lees likkebaardend verder als hij daarna uitweidt over boeken die hij uitleent en nooit meer terugziet, juist die boeken waar hij het meest op gesteld is. Vaak omdat hij zijn zendingsdrang niet kan beteugelen en zegt: ‘Dit móet je lezen.’

De eerste keer dat ik een gedicht van Rawie lees, dein ik mee op het ritme van de tekst en blijf ik in ontroering achter.

De eerste keer dat ik een gedicht van Rawie lees, dein ik mee op het ritme van de tekst en blijf ik in ontroering achter:

Sterfbed
Mijn vader sterft; als ik zijn hand vasthoud,
voel ik de botten door zijn huid heen steken.
Ik zoek naar woorden, maar hij kan niet spreken
en is bij elke ademtocht benauwd.
Dus schud ik kussens en verschik de deken,
waar hij met krachteloze hand in klauwt;
ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud,
en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.
Wij volgen één voor één hetzelfde pad
en worden met dezelfde maat gemeten;
ik zie mezelf nu bij zijn bed gezeten
Zoals hij bij zijn eigen vader zat:
straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten
hoe machteloos ik hem heb liefgehad.

Het gedicht Begraafplaats klinkt blijmoediger, al dempt ook hier het decor van de dodenakker een al te uitbundige vrolijkheid.

Begraafplaats
De mannetjes die hier wat werken
doen alles maar op hun gemak,
ze harken de paden en de zerken
en scheren de sierheesters strak.
Ze weten van elk van de zerken
het nummer, de rij en het vak;
ze zouden het zeker bemerken
wanneer er een dode ontbrak.
Dat zal ook wel nooit meer gebeuren.
De mannetjes kennen hun plicht,
het hek met de ijzeren deuren
gaat tegen de schemering dicht.
Waarover de treurwilgen treuren,
wie, wie die er wakker van ligt?

Ik hoop op Pessimisme kun je leren, deel 2, opnieuw samengesteld door Eus, maar dan met Jean Pierre Rawie. Ik voorspel opnieuw een kaskraker.

Tekst nodig? Laat woorden werken. Ben Tekstschrijver uit Hoevelaken schrijft voor alle sectoren, zorg en welzijn is zijn specialiteit.
Meer informatie? Meer blogs lezen? Kijk op mijn site. Nooit meer een blog missen? Word vaste lezer. Meld u aan via de website.

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden