Het voelde zo niet goed dat ze het beginnende bouwsel kapot moest trekken

Foto:

“Weet je nog dat we een paar jaar geleden een boompje in onze tuin geplant hebben. Een Red Robin dezelfde plant waar we vorig jaar een heg van hebben gezet.”

Column juffrouw Raadgever

´Hij laat enkel een deel van zijn bladeren vallen als ze droog zijn. Dit jaar was er voor het eerst een zee van lichtroze en witte bloemetjes te zien. Zo prachtig, het leek een wolk.” Dan wordt het stil. Ze zit in haar kopje koffie te roeren alsof ze wel twintig suikerklontjes moet mengen met de koffie. Er zit maar één suikertabletje in. Haar gedachten zijn, zoals het blijkt, even niet hier. Ook ik zit te genieten van mijn bakje leut en laat de stilte lekker over me heen komen. Als je samen zo stil kunt zijn is dat volgens mij echte vriendschap. Hoe het komt weet ik eigenlijk niet maar vroeger was ik bang voor stiltes die vielen. Samen hebben we daar weleens een ‘boom’ over opgezet. Het bleek dat zij gemerkt had met hetzelfde probleem te worstelen. Altijd kreeg ook zij het idee dat ze de gangmaker moest zijn wat het gesprek betreft. Dat ze daar behoorlijk in kon overdrijven merkte ze pas veel later. Heel herkenbaar. Maar nu laat ze dus de stiltes rustig ‘vallen’. We waren toen tot de uitkomst gekomen dat ‘stiltes’ een heel grote meerwaarde aan een gesprek kunnen hebben. Het is goed ze te koesteren. Sindsdien hadden we de afspraak dat we er mee zouden oefenen. Als er een stilte viel mochten we die niet snel invullen. Degene die voor ons gevoel het ‘gat’ wilde vullen moest excuses aanbieden. Het was soms zo onwennig dat we er de slappe lach van kregen. Ooit kregen we ook een discussie over het luisteren. Heel veel mensen kunnen niet ‘luisteren’, daar waren we ook al achter gekomen. Juist omdat we zelf regelmatig de fout in gingen. Zeker toen iemand eens tegen ons zei; “Jullie hóren wel maar lúisteren niet.” Ze bedoelde ermee echt luisteren wat iemand zegt. Sinds dien zijn we erop gaan letten. En wat mij betreft, warempel ik kan inmiddels echt heel goed luisteren, al zeg ik het zelf.

Ineens is daar weer haar stem: ”Weet je misschien vind je me wel een heel gemeen mens. Ik weet zeker dat je dit nooit van mij verwacht hebt. Vorige week ontdekte ik dat er steeds twee duiven, je weet wel van die wilde hout of bosduiven, op ons hek zaten. Ze hadden volgens mij een ongewone interesse in onze boom. Je raad het al broedtijd. Nu, ik zou het geweldig vinden als er een vogelpaartje in onze boom een nestje bouwt. Dat we van dichtbij kunnen volgen hoe het paartje zorgdraagt voor de bouw, het leggen van de eitjes en het broedsel. Als ik het over vogels heb dan bedoel ik een Merelpaartje of een ander klein soort vogel die niet in een nestkastje broedt. Je begrijpt het al. Alsjeblieft geen Duivenpaar. Zie je het voor je; alle witte duivenkak langs de stam. Het gras onder de boom ziet ook wit. De rest van de tuin krijgt na het uitkomen van de eitjes ook nog eens de kleine duiven overal op en tussen. Nee dat lijkt me geen leuk vooruitzicht. En dan heb ik het nog niet over hun koeren. Dat kunnen ze onophoudelijk het liefst elke morgen heel erg vroeg. Of de hele namiddag. En ik ben ervaringsdeskundig. Bij ons vorige huis stond een grote boom en daar nestelden zelfs twee duivenpaartjes. Het zag er wit. Maar dat was buiten de tuin. Het koeren, ach daar wen je wel aan maar zo dichtbij, liever niet.  Ze mogen in alle bomen in de omgeving nestelen maar n i e t  in onze tuin. En toen zat op een dag een van de duiven in de boom. Ze hadden het druk en het nest begon al vorm aan te nemen. Met in mijn hoofd het plaatje van witte poep overal heb ik, toch wel met heel veel wroeging, de duif weggejaagd en het nestje uit elkaar getrokken. Twee dagen later zat ze er weer. En weer heb ik het weggehaald, nu wel met de gedachte driemaal scheepjes recht. Zit je hier over twee dagen weer dan laat ik je zitten. Tot mijn opluchting kwam er geen derde keer. Eerlijk ik had het nooit gedaan als er op redelijke afstand geen andere bomen hadden gestaan. Ze hadden keuze zat naar mijn idee. Ze hebben vast een mooi ander plekje gevonden. Nu zit de boom regelmatig vol met super kleine meesjes. Sinds kort heb ik een klein fonteintje in de vogelwaterbak. Als je ziet hoe heerlijk ze een douche nemen bij mij in de tuin. Het lijkt wel of ze elkaar roepen om mee te doen met het water feestje. Prachtig om te zien. En toch denk ik als de duif in de boom was gaan broeden dat het kleine grut zich niet had laten zien. Zelfs komt er zo nu en dan een kleine bonte specht langs. Geweldig,” besluit ze. Als ik haar zo hoor vertellen merk ik dat ze het heel vervelend vond. Het voelde zo niet goed dat ze het beginnende bouwsel kapot moest trekken. Gelukkig ik kan nog goed luisteren en verzeker haar dat ze het goed heeft gedaan. Ze was er ruim op tijd bij zodat ze de drang om een nest te bouwen in de boom verderop konden afmaken. Misschien had ik wel dezelfde beslissing genomen.

Met vriendelijke groet juffrouw Raadgever

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden