Hans den Haan over "Panda's"

11 jun 2023, 13:36Nieuws
2022 01 07 hans den haan 1 1 1 1 1 1 1
Elk jaar gaan we met onze kleinzoon (feitelijk de kleinzoon van m’n vriendin) op z’n minst één keer naar de dierentuin.
We noemen dit een feest.
Onze kleinzoon, zeven jaar jong, neemt altijd weer de nodige stoeikracht mee. Behalve als hij aan z’n grote stripverhaal werkt of verre planeten tekent. Waar veel monsters wonen en helden met superkracht.
Dit jaar was Ouwehands dierenpark in Rhenen de gelukkige die ons mocht ontvangen. Een ontvangstcomité van pinguïns stond ons al op te wachten. Dus zaten we al meteen in de cloaca-lucht. Het is er bij ons Nederlanders inmiddels ingehamerd: ze hebben daar panda’s. Wie dat niet weet leeft onder een gnoom. Panda’s: het schijnt “je van het” te zijn. Ouwehands kan er maar niet mee stoppen reclame voor die dieren te maken. De panda moet mensen over de streep trekken Ouwehands te bezoeken.
En als je dan bij de panda’s bent aangeland, zie je ze in een groot pandapaleis van Chinese uitstraling. Het is ietwat “over the top” voor twee slome wit-zwarte baby’s van groot formaat. Panda’s zijn bijzonder, omdat ze zeldzaam zijn en op de dikke rode lijst staan. En ik weet niet wat nog meer. En de chinezen zijn er trots op. Maar als je zeldzaam en bijzonder bent, ben je dan ook leuk? Onze kleinzoon vindt van niet.
Nou stelt hij van tevoren altijd een lijstje op van dieren die hij beslist wil zien. Zoals de stokstaartjes. Die er zo schattig uitzien, maar eenmaal ondergronds elkaar de haren van de buik bijten. En dieren met vreemde namen, zoals de galago’s. Vooral dat wat rondschuifelt in het nachtelijk donker heeft zijn interesse.
Als we in het donker rondlopen, dan roept hij opeens: “Kijk daar, een madagaskarreuzenrat.” Ik zie dan niets. Nou is een madagaskarreuzenrat ook niet meteen een dier dat ik als dier herken. Eerder een soort wc-borstel met kraalogen. Maar hij weet het precies: hypogeomys antimena.
Maar hij houdt van kleine, ietwat geheimzinnige dieren. En grotere beesten, zoals de olifant en de neushoorn, doen hem niets. In het olifantenverblijf heeft hij meer belangstelling voor de techniek dan voor de langslurvigen. Vooral de vraag hoe je daar de knoppen bedient. Dat interesseert hem. Zoals de knop om de olifanten vrij te laten. Gelukkig kan hij daar nog net niet bij. Dat hij in Blijdorp Bokito heeft laten ontsnappen, is al erg genoeg.
Zijn panda’s leuke dieren? Ik denk het niet. In Ouwehands heb ik er nog nooit een op iets leuks kunnen betrappen. Wel een keer op een kleine boodschap. Een doosje bamboekoekjes en wat tomaten. En zelfs een keer op enig rondlopen. Voorts platvloers liggen slapen. Dat nog het meest.
Wel de kleine panda. Die is leuk. Dat is geen klein uitgevallen reuzenpanda, maar een andere soort. Hij is zelfs geen familie van de reuzenpanda, maar meer verwant aan de wasberen. Die geen echte beren zijn. Iets wat ze wel graag zouden willen. Alles aan de kleine panda is aantrekkelijker dan de reuzenpanda. Hij is een stuk actiever en ziet er leuker uit. En ook hij heeft een eigen plekje in Ouwehands.
En wat vooral belangrijk is: als pluchen knuffeldier in de winkel is de kleine een stuk aantrekkelijker dan de reuzenpanda. Zo’n knuffel bleek ook de eerste keus van onze kleinzoon. Die nog steeds lekker in slaap valt met deze minipanda in z’n armen.
Maar Ouwehands maakt nog steeds reclame rondom de grote panda’s. Dat is hun ding. Maar is langzamerhand de rek er niet een beetje uit? Dat vraag ik me af. Nu alweer jaren lang staan de panda’s op nummer één bij de werving en reclame. De vraag is: is er dan nog wel iets anders te zien wat leuk is?
Jazeker. Zoals de giraffes, die je vanaf een loopbrug op ooghoogte kunt ontmoeten. Je kijkt dan in de tederste bruine ogen ter wereld. En de ijsbeer. Die je door een dikke glasplaat heen onder water kunt zien langszwemmen. Met een dikke glimlach op zijn koude lippen. Die heeft het naar zijn zin, ondanks soms dertig graden boven nul. Hij trekt gewoon z’n jas uit.
Maar de panda is natuurlijk zwart-wit gevlekt. Dat scheelt een hoop.
Nou zijn ook onze koeien zwart-wit gevlekt. Maar daar zijn er eerder te veel van. Dus die kunnen wel worden opgegeten. Wat vroeger ook met de panda’s gebeurde overigens. De chinezen vonden hem lekker. Vooral met hoisinsaus.
De panda heeft ook grappige vlekken rond zijn ogen. Die zich uitbreiden naar beneden toe. Ze hangen af als grote tranen. En dat scheelt veel. Want hadden die vlekken zich naar boven uitgebreid, als een soort superwenkbrauwen, dan zou hij er beslist niet vriendelijk hebben uitgezien. Dan wordt zijn blik sinister. Zeker met een boevenmasker op.
Maar, en dat is belangrijk, hij heeft de lichaamsverhoudingen van een baby. Een knuffelberen-eigenschap. Hij is een soort geplucheerde zwart-witte zuigeling met treurige lieve ogen. En dat werkt op onze emoties. Dat wekt vertroetelneigingen op. De baby-verzorgings-impuls. Daar zorgen onze hersenen voor. En in eerste instantie ons DNA. Omdat wij een soort instinctieve neiging hebben om baby’s te verzorgen. Die neiging doet lekker z’n werk als we een panda zien. Althans dat is de theorie.
Maar in werkelijkheid zullen we natuurlijk niet snel met een panda gaan knuffelen als we hem tegenkomen op het molenplein. Ook niet als hij lekker ruikt. Waarbij we ook nog eens moeten bedenken dat ooit een panda een verzorger ernstig heeft verwond, omdat hij een beetje boos was. De panda, niet de verzorger. Panda’s kunnen best agressief zijn.
Bovendien – en dat was voor mij een volkomen verrassing – is de panda een roofdier. Twee miljoen jaar geleden is hij overgeschakeld op bamboe eten. Maar niet omdat hij een idealistisch veganist werd. Maar omdat bamboe zo lekker makkelijk te verkrijgen was voor een lui dier. Als je midden tussen de bamboe opgroeit, dan hoef je maar om je heen te happen. Hij lust overigens nog steeds een stukje vlees af en toe. En als hij in zijn bamboebos een oud karkas tegenkomt, dan pakt hij een kluifje. Daar gaat je image als liefdevolle vega-reuzenpluis.
De panda’s hebben een groots verblijf gekregen. Zo groots dat ze er bijna in verdwijnen. Een bouwwerk met Chinese uitstraling en vol Chinese symboliek. En als je niet al te veel aandacht besteedt aan de panda’s, dan is het er goed toeven. Er is een restaurant waar ze best lekker eten serveren.
En een pandawinkel, waar je alles kunt kopen. Als het maar met panda’s te maken heeft. Zoals pandakaarten, pandapuzzels, “Pandasia Golden Bamboo - fragance sticks”, pandapindakaas, pandapetten, panda-toiletrolhouders, pandasokken en de panda-paraplu. Die laatste is echt een aanrader. Ik kocht er een toen het zowat de hele dag regende in de dierentuin. Hij is gemaakt van stevig plastic en aan alle zijden voorzien van een pandalook. Het ding kan niet stuk en is stormvast. En, niet onbelangrijk, je wordt niet meer nat. Panda protection.
bijdrage van Hans den Haan
loading

Loading articles...

Loading