5 mei: Brief aan Esther (Etty) Hillesum, schrijver, Middelburg, 15.1.1914 – Auschwitz, ca 30.11.1943

05 mei , 9:00Columns
Beste, moedige Etty
Jezelf je fouten en misstappen vergeven vond je misschien wel het moeilijkst. Was die drempel eenmaal genomen, dan was de volgende stap een stuk eenvoudiger: de ander vergeven.
Wat er gebeurde nadat je erover schreef, wijst erop dat velen al eerder hun tanden stukbeten. Zij slaagden er niet in de stap te zetten die jij als eerste noemde: ‘aanvaarden, grootmoedig aanvaarden, dat je fouten en misstappen begaat’. Zonder aanvaarding kan er geen vergeving volgen.
De koningin sprak op de radio in oktober 1942 over de ‘stelselmatige uitroeiing’ van Joodse Nederlanders. De meeste Nederlanders wisten dat de dood jullie bestemming zou zijn. Ze hadden misschien toen al kunnen vermoeden dat ooit jouw naam, Esther Hillesum - 30.11.1943, 29 jaar -, in steen zou worden gebeiteld, samen met die van honderdtweeduizend andere Joodse Nederlanders.
We wisten het.
Jarenlang ontkenden we het, tegen beter weten in.
Iets vergelijkbaars gebeurde bij de oorlog die wij Nederlanders in Indonesië ontketenden (1945-1949). Politionele acties noemden we het, bedoeld om de ‘orde en rust’ te herstellen. We hielden onszelf en anderen voor de gek. Wij, ja ook wij, pleegden op grote schaal oorlogsmisdrijven. Toen een oud-militair daarmee twee decennia later voor de dag kwam, kreeg hij nationale hoon over zich heen. En doodsbedreigingen.
Oorlogen zijn er in of door Nederland sindsdien niet meer uitgevochten. Ongekend onrecht was er wel. Het leven van honderdveertigduizend Nederlanders, ouders en kinderen, werd volledig verwoest nadat zij door overheid en rechters als fraudeurs waren weggezet (2005-2019). De macht keek weg, ook toen die wist dat de ouders onschuldig waren en de financiële gevolgen ondraaglijk. Ze wilde het niet weten. Vele ouders hadden een migratieachtergrond. Dat bleek geen toeval. De tijd was er kennelijk opnieuw rijp voor gemaakt: Barbertje moest weer hangen.
Het duurde bijna een eeuwigheid voordat onze overheid haar fouten zou opbiechten. In 2020 bood de regering excuses aan: ze schoot tijdens de Holocaust tekort als hoeder van recht en veiligheid. In datzelfde jaar verontschuldigde onze koning zich bij de Indonesische president voor de geweldsontsporingen van Nederlandse zijde. In 2025 erkende de regering het leed van de kinderen die zijn getroffen doordat hun ouders tussen de raderen van overheid en rechtspraak waren vermorzeld. Tweeduizendnegentig kinderen werden uit hun huizen gehaald. Eerder had de premier zich bij de ouders verontschuldigd: de overheid had een schild voor hen moeten zijn, maar was dat niet. De betrokken rechters zijn tot op de dag van vandaag niet bereid onder ogen te zien dat ze blind waren voor mens en recht, dat ze rechtspraken wat krom was.
Nee, de meesten van ons zijn geen helden, ook niet in het kordaat en grootmoedig aanvaarden van onze fouten. Weten dat je fout zit, maar dat dan ook direct volmondig toegeven, het lijkt een onneembare hindernis. Velen slaagden er niet in en moeten zijn gestorven voordat ze aan vergeving van zichzelf toekwamen. ‘Men schaamt zich dat men erbij heeft gestaan en het niet heeft kunnen verhinderen’, dat schreef je. Een verklaring kan ook zijn dat het schaamtegevoel er juist was, omdat men het misschien wèl had kunnen voorkomen. Omdat men niet eens samen met anderen een poging had durven wagen. Het morele besef was er, maar het ontbrak gewoonweg aan de moed om zelf iets op het spel te zetten. Daarmee is het lastig leven en dus bedroog je jezelf: je had niet meer dan een vermoeden, je wist het niet. Of je suste je geweten: je hebt kinderen, een partner, vaste lasten, je hebt collega’s en vrienden die je niet wilde afvallen. Er zijn altijd wel excuses te bedenken om iets niet te doen.
Ik ben van 1956. Wat zou ik hebben gedaan tijdens de oorlog? De afgelopen jaren dook die vraag nogal eens op. Een schrijfster vertelde daar geen antwoord op te hebben. In plaats daarvan stelde ze een wedervraag: wat doe je nu? Nu schrijf ik deze brief aan jou. Veel betekent het misschien niet. Maar elke druppel holt de steen uit, niet met geweld, maar door keer op keer te vallen.
Met een warme groet,
Hans
loading

Loading articles...

Loading