Belevenissen van een schilderende Nijkerker...deel 21

10 mei , 9:00Columns
2026-04-29 frank van der kaaij
Ergernissen.
Een bekentenis. Hoewel, eerder een reeks bekentenissen. Ik kan mij vreselijk, zomaar ineens, subliem ergeren.
Laatst nog, in een kledingwinkel. De verkoopster maakte onnodige bewegingen met haar vingers. Dit is voor mij uiterst pijnlijk om te zien. Zwierend liep ze door de winkel, tientallen onnodige suggesties gevend en maar bewegen met die vingers. Pianospelen in de lucht. Afgrijselijk. In opperste waanzin en afkeer observeer ik die bewegingen dan obsessief. Ik zeg niets, maar mijn aura gloeit van irritatie.
Overigens heb ik mijzelf enige jaren geleden zonder enige twijfel gediagnosticeerd met misofonie. Dit is een aandoening waarbij specifieke geluiden kunnen leiden tot intense emoties. Het staat ook bekend als Selective Sound Sensitivity Syndrome (4S). Deze benaming vind ik overigens veel leuker, klinkt haast aangenaam. Het is een wereldwijd verschijnsel; 20% van de mensheid wordt hiermee geraakt in zeer milde of meer ernstige vorm. De medische benaming voor ergernis aan bewegingen is overigens misokinesie. Ook heb ik moeite als iemand precies op hetzelfde moment, maar dan wel van rechts komt in het verkeer terwijl wij de enigen op de wereld lijken. Dit zal vast wel ook een naam hebben, “Traffic Disorder Present Syndrome” of zo. Mijn afwijkingen stapelen zich hiermee behoorlijk op en ik vraag mij af bij welk aantal je wordt opgeroepen voor verplichte behandeling.
De volgende situatie is voor mij als een misofonist een enorme uitdaging: het aanhoren van iemand die een appel eet. Luidruchtig, maar vooral dat bijna onhoorbare... Let wel: bijna onhoorbaar, dat is echt traumatisch. Een sappige appel subtiel en zachtjes horen wegsijpelen; het is om volledig stapelkrankjorum van te worden. Gelukkig heb ik inmiddels tinnitus, dus het ene manco verzacht nu het andere. De natuur is barmhartig.
Maar ik kan mij ook aan zaken ergeren die méér van belang zijn. Zoals wanneer iemand zich gedraagt en uitspreekt alsof hem geen rampspoed kan overkomen. Ik ben dan geneigd uit te halen met opmerkingen waar ik ongetwijfeld spijt van krijg. Dus doe ik het maar niet. Ik berust er steeds vaker in. Toch heb ik de indruk dat veel mensen onze welvaart en ons welzijn als vanzelfsprekend beschouwen. Onze vrije samenleving in Nederland voelt voor mij als een uiterst delicaat geschenk. Ontvangen van vele onbekenden die offers hebben gebracht. Het lijkt mij dat veel van dit besef aan het verwaaien is.
Maar wellicht word ik – of was ik altijd al – een zeurpruim. In het licht van de eeuwigheid is heel veel ineens onbelangrijk. In ieder geval moet ik mij gewoon maar niet meer zo aanstellen met mijn vermeende ergernissen.
Bijdrage van Frank van der Kaaij
columnisten
loading

Loading articles...

Loading