Ik word er wijzer van, het is een leuk uitje en ik kan het van de belasting aftrekken. Dit keer volg ik de masterclass ‘Poëtische taal is heel normaal’ van dichter en schrijfdocent Iduna Paalman. Voor het eerst ervaar ik de kracht van een spiegelgedicht.
@ Ben de Graaf
Dichter Iduna Paalman: ‘Niet alleen zien wat er is, maar ook verwoorden wat achter dingen schuilgaat.’
Hoe houd je beelden en metaforen origineel, laagdrempelig en aanstekelijk? Hoe kun je beeldtaal uit gedichten toepassen in proza? Deze vragen, uit de beschrijving van de masterclass, trekken me over de streep.
‘Van alles kun je poëzie maken,’ zegt Iduna. ‘Van een boodschappenlijstje, een nieuwsbericht tot een oude familiefoto. Het is een manier om naar de wereld te kijken. Niet alleen zien wat er is, maar ook verwoorden wat er achter dingen schuilgaat.’ Op tafel ligt een stapel gedichtenbundels. De opdracht is om uit een van die bundels een fragment te plukken dat me aanspreekt.
Waar zoek ik naar? Wil ik dat mijn pen een vlinder is die boven bloemrijke taal zweeft, op zoek naar woorden met de zoete smaak van nectar? Of ben ik meer de kok die een doodgewone Hollandse aardappel weet om te toveren tot een culinaire pommes fondant? Ik voel me het meest thuis bij die kok: veelgebruikte woorden verwerken in een creatief recept, waardoor het gewone ineens bijzonder wordt. Bloemrijke taal vind ik al gauw pretentieus, vermoeiend en vertragend.
Mijn oog valt daarom meteen op het gedichtje Jongen, uit de bundel Gasthuis van Laurine Verweijen.
JONGEN Dat je nogmet een knuffel slaapt hoeft niemand te weten toch weet iedereen het maar dat geeft niet, daar is de knuffel voor
Taal die een kind begrijpt. Iemand spreekt een jongen bemoedigend toe. Zijn moeder? Hij slaapt nog met een knuffel. Is hij daar misschien te oud voor? Hoe dan ook: niemand hoeft dat te weten. En tóch: iedereen weet het. En dus ligt de troost precies daar waar de schaamte zit: bij die knuffel. De cirkel is rond.
Iduna roept op vooral veel gedichten te lezen, op zoek naar zinnen en beelden die je raken. Zij noemt dat: ‘sampletjes eruit halen’. Dat kan het vertrekpunt zijn voor een eigen gedicht, een originele metafoor of een verrassende vergelijking.
De bijeenkomst eindigt met het gezamenlijk bespreken van een Nederlandse vertaling van het gedicht Backwards van Warsan Shire. De spiegelvorm geeft de woorden een onverwachte kracht. Tot slot mogen we als deelnemers zelf een spiegelgedicht schrijven. We krijgen een kwartier.
Ik denk aan mijn moeder. Als ik aan het begin van haar dementie een denkbeeldige spiegel plaats, zie ik haar geleidelijk terugkeren naar haar kindertijd. Niet voor niets werden vroeger mensen met verregaand geheugenverlies nog weleens ‘kinds’ genoemd.
Ik sluit de masterclass af met het volgende spiegelgedicht:
DEMENTIE de eerste adem het kind dat mijn moeder was op boerderij De Vrolijke Mortier gebakken eieren voor gemobiliseerde soldaten trouwen, zwanger, blij met mij tot ik zag dat ze weer kind werd de herinneringen zag vervagen
de herinneringen zag vervagen tot ik zag dat ze weer kind werd trouwen, zwanger, blij met mij gebakken eieren voor gemobiliseerde soldaten op boerderij De Vrolijke Mortier het kind dat mijn moeder was de laatste adem