Iedere euro die ze er zelf in zou steken, is er eentje te veel.
Dat is voor Miranda Schoonderbeek, projectontwikkelaar, klip en klaar. Een open deur.
De suggestie –
wat geld steken in de bestaande bouw aan de Wiekslag (Hoevelaken) om daarmee voortgaande verpaupering tegen te gaan - blijkt onbespreekbaar. Weggegooid geld zou dat zijn. Volkomen zinloos. Dat zou de vragensteller toch moeten begrijpen. Dat een relatief kleine investering heel veel zou kunnen betekenen, vooral voor de bewoners en winkeliers ter plaatse, komt dan niet meer binnen, valt op dorre grond. Ze lijkt nu vooral bezig het telefoongesprek, dat net een beetje op gang komt, rap tot een einde te brengen. Ze heeft vast meer te doen. Het liefst had ze al bij aanvang willen doorverwijzen naar de gemeente. Die was, volgens afspraak, verantwoordelijk voor de communicatie. Maar ze weet er natuurlijk ook van, dat moet ze erkennen. Samen met de gemeente werkt ze hard aan een nieuwe invulling van de Wiekslag. Daar moeten de lezers het mee doen. Meer wil ze niet kwijt. Kan ze garanderen dat dit op korte termijn gaat gebeuren? Nee, dat kan ze niet. Daarop volgt de suggestie die het gesprek de das omdoet, een brug te ver is. Die misschien ook te veel gevraagd is van iemand die vooral toegewijd is aan één belang, dat alle andere in de schaduw stelt. Van iemand die naar verluidt nooit echt met de winkeliers over hun problemen heeft gesproken. Miranda verzoekt de vragensteller tot slot nog wel om diens journalistieke bijdrage voor plaatsing ter goedkeuring aan haar voor te leggen. Zo probeert ze vast controle te behouden. Het strandt op de opmerking dat dit bij een column niet gebruikelijk is. Dat snapt ze. Mochten er in de toekomst nieuwe vragen rijzen, dan kan de vragensteller terugkomen. Zo houdt ze, zo lijkt het, de deur toch nog op een kiertje.
Als ze ergens energie in steekt, dan wil ze dat er ook iemand anders beter van wordt. Iets voor een ander willen betekenen zat altijd al in Dea Blankestijn uit Nijkerkerveen, maar na een ernstige ziekte werd dat gevoel sterker. Nu verkoopt ze onder andere tweedehands goederen voor een goed doel: ‘Spulletjes uit het Hart’. Maar liefst zestien vrijwilligers steunen haar daarbij. De opbrengsten doen er natuurlijk toe, maar de praatjes met de mensen bij de inname en de verkoop vindt Dea minstens zo belangrijk. Ze is nieuwsgierig naar hun verhalen. Mensen geven haar energie.
Ze vertelt dat en veel meer aan Peter Pos van Stad Nijkerk. Ze heeft veel pech gehad, maar ook het geluk dat ze er nog is. Daar doet ze graag wat voor terug. Voor een ander.
Miranda, projectontwikkelaar, en Dea, vrijwilliger. Op het eerste gezicht een wereld van verschil. De eerste wekt de indruk vooral ‘rijk te willen leven’. De tweede streeft, zo lijkt het, ‘een rijk leven’ na. Maar misschien is die waarneming te oppervlakkig. Ook als dat niet zo is kunnen nieuwe inzichten altijd nog leiden tot nieuwe uitzichten. Tijd zal het leren.
Hans Dammingh