NIJKERK – De fractie van progressief’21 had aan B&W vragen gesteld over knooppunt Hoevelaken en dan vooral over het openhouden van de op- en afritten. Uit het antwoord van B&W blijkt, dat het college vindt, dat die open moeten blijven. Het college wil voorkomen, dat de ontsluiting van Wieken-Vinkenhoef, Hoevelaken en Vathorst onacceptabel verslechtert.
NIJKERK – De fractie van progressief’21 had aan B&W vragen gesteld over knooppunt Hoevelaken en dan vooral over het openhouden van de op- en afritten. Uit het antwoord van B&W blijkt, dat het college vindt, dat die open moeten blijven. Het college wil voorkomen, dat de ontsluiting van Wieken-Vinkenhoef, Hoevelaken en Vathorst onacceptabel verslechtert.
Daarnaast moet worden voorkomen dat er extra verkeersdruk ontstaat op het onderliggend wegennet. Zonder aansluiting Hoevelaken moet het verkeer dat normaal via deze aansluiting wordt afgewikkeld, via het regionale wegennet naar een andere aansluiting rijden.
Dus moet er druk worden uitgeoefend op Rijkswaterstaat. Zoals we al eerder meldden: de lobby is op gang gekomen. De drie gemeenten Leusden, Nijkerk en Amersfoort trekken ambtelijk als bestuurlijk samen op om de belangen te behartigen. Ze hebben wel afgesproken voorlopig gewoon mee te blijven werken met Rijkswaterstaat. De inzet blijft onveranderd; vasthouden aan een verbetering van de bereikbaarheid.
Progressief ’21 vroeg B&W ook, of het college met de bewoners over dit heikele knooppunt in gesprek wil gaan. Dan wordt het antwoord van het college duidelijk. Het college gaat niet met bewoners in gesprek. Het letterlijke antwoord: Rijkswaterstaat stelt voor om, samen met onder andere de gemeente Nijkerk, aan de hand van Value Engineering het totale project in (tracé)delen te verdelen. Per deel worden vanuit de verschillende invalshoeken/functionaliteiten bouwstenen gevormd die op dat deel onderling inwisselbaar zijn. Wij zijn hiertoe slechts bereid wanneer partijen bereid zijn om het gehele programma van eisen en wensen te bezien en niet slechts de minimale variant. We zullen de raad gedurende dit proces blijven informeren en de eventuele uitkomsten van de Value Engineering en de keuze van het ‘bouwpakket’ met de raad bespreken voordat onze voorkeur aan de minister van Infrastructuur en Milieu wordt voorgelegd.”