
Voor mij is dit te laat. Maar voor duizenden hulpverleners die iedere dag de straat op gaan is er tijd. En die tijd is nu!
Gisteren hield de Tweede Kamer der Staten-Generaal een debat over ‘geweld tegen politie en hulpverleners’. Er werd gesproken over oorzaken van gedrag, het geweld werd veroordeeld en oplossingen werden aangedragen. Net als vorig jaar. En het jaar daarvoor. En daarvoor.
Voor Hart van Nederland mocht ik daarop reflecteren.
Het is tijd voor meer dan praten. Want met al dat praten is de dader de lachende derde… de lachende dader.
Lachende daders denken weg te komen met hun geweld. Lachende daders komen weg met hun geweld. De pakkans moet omhoog!
Na aanhouding moet vervolging en bestraffing volgen. Serieuze bestraffing.
Hierbij kan het Openbaar Ministerie hogere straffen eisen; deze moeten echter wel worden opgelegd.
Geweldplegers moeten weten dat hulpverleners geen boksbal zijn tegen wie je alles kan en mag doen, maar dat in dat uniform een echt mens zit. Mensen met moeders en vaders. Mensen met vrouwen en kinderen. Naasten die op televisie zien hoe hun geliefde aangevallen wordt met vuisten, met vuurwerk, met wapens. Naasten die nooit zeker weten hoe ze ‘hun’ mens terug zullen zien na een dienst.
Duidelijk moet zijn dat hulpverleners optreden als representant van de staat. Duidelijk moet zijn dat als je een vinger naar hen uitsteekt, de staat haar middelen in zal zetten om degenen die namens haar optreden te helpen en te beschermen. Duidelijk moet zijn dat plegers van geweld de consequenties moeten dragen als ze geweld tegen hulpverleners plegen. Zonder excuses.
Politiek en Politie Nederland: het is tijd voor daden in plaats van woorden. Ga staan voor, naast en achter uw hulpverleners. Leg de lachende dader het zwijgen op.
Ingezonden door Gert-Jan de Jonge






